DANIËL, PROFEET EN WACHTER

Bijgewerkt op: aug 13

Leven in de laatste dagen


De meesten van ons zullen er niet aan twijfelen dat we leven in de laatste dagen vóór de wederkomst. Maar betekent dat ook dat we naar dat moment uitzien? Ik denk dat we allemaal weleens perioden kennen dat we er niet zo mee bezig zijn, omdat alledaagse bezigheden of juist bijzondere gebeurtenissen onze aandacht opeisen. Dat is niet erg, als er maar genoeg momenten overblijven die ons er weer wèl bij bepalen. Zoals tijdens de wandelingen op de muren van Jeruzalem of tijdens een wachtersbijeenkomst. Maar ook wanneer we in de Bijbel lezen over wat er aan het einde van de wereldtijden staat te gebeuren, zoals in Jeshua’s rede over de laatste dingen, of wat de profeten daarover vertellen.


Neem nu Daniël. Meer dan welke profeet dan ook krijgt hij te horen wat er achtereenvolgend in de nabije en in de verre toekomst gaat gebeuren met zijn volk, met de machthebbers van deze wereld en met de wereld zelf. Bij één van Daniëls visioenen, dat over de vier dieren, wil ik hier wat langer stilstaan, omdat die droom ons duidelijk maakt dat alles wat aan de wederkomst van Jeshua vooraf moest gaan, is vervuld.


Daniël is één van de ballingen die, samen met onder andere Mordechai, Esther en Nehemia, tot de eerste groep Joden behoort, die in 496 v.Chr. naar Babel wordt weggevoerd. Hoewel hij hooguit een jaar of 18 zal zijn geweest, valt hij op door “zijn buitengewone begaafdheid”, waardoor hij, net als zijn vrienden Chananja, Misaël en Azarja, een hoge positie krijgt aan het Babylonische hof en vele jaren later aan het Perzische hof (Daniël 2:48, 6:4).


Nebukadnezars droom


Maar al snel moeten Daniël en zijn vrienden vrezen voor hun leven. Nebukadnezar, de koning van Babel, heeft namelijk een droom gehad die hem verontrust en omdat er niemand is onder zijn adviseurs die hem zijn droom kan vertellen en uitleggen, geeft hij bevel om alle wijzen, zonder aanzien des persoons,​ ter dood te brengen. En zo dreigen ook Daniël en zijn vrienden gedood te worden. Maar via de commandant van de koninklijke lijfwacht weet Daniël bij de koning te komen en wat respijt te krijgen om hem zijn droom uit te leggen. Als ze thuisgekomen de HEER smeken om hun het mysterie te onthullen, verhoort God hun gebed en onthult Hij aan Daniël de droom. De volgende morgen vertelt Daniël de koning wat hij heeft gedroomd.


In zijn nachtgezicht had de koning een reusachtig beeld gezien. Het had een prachtige glans, maar zag er tegelijk afschrikwekkend uit. Het hoofd van het beeld was van goud, zijn borst en armen van zilver, zijn buik en lendenen van brons, zijn benen van ijzer en zijn voeten deels van ijzer, deels van leem. Toen zag de koning hoe een steen losraakte, zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam. De steen sloeg tegen de ijzeren en lemen voeten van het beeld en verbrijzelde ze. Op hetzelfde ogenblik verpulverden het ijzer, leem, brons, zilver en goud. Het werd als kaf dat verwaaide in de wind. Maar de steen die tegen het beeld aan was gerold, werd een hoge berg die de hele aarde bedekte.


Daniël legt de koning uit dat het beeld symbool staat voor vier koninkrijken. Het gouden hoofd staat voor het Babylonische rijk, waaraan op dat moment alle volken onderhorig zijn. Daarna zullen er nog drie rijken opkomen, maar die zullen minder glorieus zijn dan het Babylonische rijk. Over het vierde koninkrijk vertelt Daniël dat het hard zal zijn als ijzer en alle andere rijken zal verbrijzelen en verpletteren. Maar zoals ijzer en leem niet binden, zo zal dit rijk “in het nageslacht” innerlijk verdeeld zijn. En in die tijd zal God een Koninkrijk doen opkomen dat al die voorgaande koninkrijken zal vernietigen. En dat Koninkrijk zal voor eeuwig bestaan.


Daniëls droom


Zo’n 44 jaar later, in het eerste regeringsjaar van koning Belsassar, een zoon van Nebukadnezar, krijgt Daniël het visioen over de vier dieren. We lezen erover in Daniël 7. Dat visioen doet sterk denken aan het nachtgezicht van Nebukadnezar. In zijn visioen wordt Daniël geopenbaard dat zijn volk door de eeuwen heen vervolgd en onderdrukt zal worden, maar dat het aan het einde der tijden zal worden gered. God laat hem ook zien dat het oordeel over de machten die zijn volk zullen onderwerpen, al klaarligt. Daniëls naam – die God is rechter betekent – verwijst daar al naar. Onder andere dit visioen laat ons duidelijk zien dat wij leven aan het einde van de wereldtijden.


Wat ziet Daniël? In zijn nachtgezicht ziet hij hoe de Grote Zee door de vier winden van de hemel in beroering wordt gebracht en daaruit vier verschillende, grote dieren oprijzen. Het eerste dier lijkt op een leeuw, het tweede op een beer en het derde op een panter. Het vierde dier ziet er afschrikwekkend uit en verslindt en vertrapt alles wat op zijn pad komt. Het heeft tien horens op zijn kop, waartussen een nieuwe horen opkomt. Die nieuwe horen voert strijd tegen de heiligen van de Allerhoogste en overwint hen. Vervolgens vindt er een hemelse rechtszitting plaats. De dieren worden veroordeeld en hun macht wordt hen ontnomen. Dan ziet Daniël dat er met de wolken van de hemel Iemand komt die eruitziet als een mensenzoon. Aan Hem worden macht, eer en het koningschap verleend en alle volken op aarde dienen Hem tot in eeuwigheid.


Eén van de omstanders, aan wie Daniël naar de betekenis van dit alles vraagt, legt hem uit dat die vier grote dieren duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. Maar daarna zal er een Rijk aanbreken dat nooit ten einde zal komen, een Rijk waarin Gods heiligen voor altijd zullen heersen.


Het feit dat tot tweemaal toe in een droomgezicht wordt geprofeteerd over deze vier wereldrijken – eerst aan koning Nebukadnezar en daarna aan Daniël – duidt erop dat “de zaak bij God vaststaat en God Zich haast om die uit te voeren” (Genesis 41:32). Nebukadnezar ziet de vier wereldrijken vooral in hun uiterlijke verschijning: als grote machtige rijken. Daniël daarentegen ziet de vier rijken naar hun ware aard: als mogendheden die andere landen en volken met geweld hun macht opleggen.


De vier grote dieren komen op uit de Grote Zee. Daarmee wordt in de Bijbel veelal de Middellandse Zee bedoeld (Numeri 34:6; Jozua 23:4). Het lijkt daarom te gaan om vier mogendheden waarvan het grondgebied aan de Middellandse Zee grenst. Dat “de vier winden van de hemel” de Grote Zee in beroering brengen, duidt erop dat God Zelf er de hand in heeft dat die rijken opkomen (Openbaring 7:1; Jesaja 17:13-14; Daniël 2:21; Johannes 19:10-11).


Eerste dier (leeuw)


Daniël 7:4 – Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg.


Als we ervan uit gaan dat de droom van Daniël parallel loopt aan die van Nebukadnezar – en dat lijkt aannemelijk – dan wordt met het eerste dier het Babylonische rijk bedoeld. In de droom van Nebukadnezar wordt dit rijk voorgesteld als het gouden hoofd. De leeuw, die vanwege zijn krachtige uitstraling als de koning der dieren wordt gezien, staat symbool voor de trotse macht en majesteit van het Babylonische rijk. De adelaarsvleugels symboliseren de snelheid waarmee het zijn rijk weet uit te breiden.


Dat zijn vleugels hem vervolgens worden ontnomen, betekent dat het Babylonische rijk zijn grote heerschappij wordt afgenomen (Jeremia 51). Dat gebeurt na precies zeventig jaar, zoals God bij monde van de profeet Jeremia had voorzegd (Daniël 9:1-2; Jeremia 25:11-12).


Dat de leeuw als een mens op zijn voeten wordt gezet en het een mensenhart wordt gegeven, zou kunnen verwijzen naar de getuigenis van Nebukadnezar, nadat hij, vanwege zijn hoogmoed, zeven jaar als een dier in de paleistuin heeft rondgezworven. Maar na die zeven jaar slaat Nebukadnezar zijn ogen naar de hemel en verheerlijkt hij de Allerhoogste.


Daniël 4:31Ik prees de hoogste God, ik roemde en verheerlijkte de Eeuwig Levende: Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij en Zijn Koningschap duurt van generatie tot generatie voort.


Vanaf dat moment herstelt God het koningschap van Nebukadnezar en krijgt hij zelfs nog grotere macht dan voorheen, omdat hij God erkent, roemt en verheerlijkt als de Allerhoogste.


Tweede dier (beer)


Daniël 7:5 – Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: Sta op, eet veel vlees.


De beer, die zich half heeft opgericht, stelt het rijk van de Meden en de Perzen voor. In de droom van Nebukadnezar wordt dit rijk uitgebeeld door de borst en de twee armen van zilver. Dat de beer zich naar één kant opricht, betekent dat slechts één van de twee rijksdelen tot een machtig rijk wordt. En dat klopt, want alleen het rijksdeel van de Perzen groeide uit tot een wereldrijk.


Dat het dier “drie ribben tussen de tanden van zijn muil” heeft, duidt erop dat het rijk van de Meden en Perzen met nóg meer overmacht dan de Babyloniërs zijn macht weet uit te breiden en vast te houden. De beer doet daarmee waartoe het wordt aangespoord: “Sta op, eet veel vlees.


Vooral onder koning Cyrus (Kores) breidt het rijk van de Meden en de Perzen snel uit tot een machtig imperium. Maar God heeft daarmee een bedoeling, want via deze machtige koning Cyrus zorgt God ervoor dat Zijn volk na zeventig jaar ballingschap weer mag terugkeren naar haar land om de Tempel te herbouwen.


2 Kronieken 36:23Dit zegt Cyrus, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de Heer, de God van de hemel, mij gegeven. Hij heeft mij opgedragen om voor Hem een Tempel te bouwen in Jeruzalem, een stad in Juda. Laten al diegenen onder u die tot Zijn volk behoren, zich verzekerd weten van de hulp van de Heer, hun God, en daarheen gaan.


In Ezra 1 kunnen we lezen hoe nauwgezet Cyrus doet wat God hem opdraagt en hoe betrokken hij is bij het wel en wee van het Joodse volk. Zo beveelt hij dat de Israëlieten die achterblijven, van hun buren materiële ondersteuning moeten krijgen. Cyrus zorgt er tevens voor dat de 5.400 voorwerpen, die Nebukadnezar destijds uit de Tempel had geroofd, worden teruggegeven. Verder schrijft Cyrus voor hoe de Tempel moet worden herbouwd en laat hij de kosten van de herbouw volledig betalen uit de koninklijke schatkist (Ezra 6:3-5, 6:8, 7:20). Cyrus is daarmee duidelijk een voorafbeelding van dé Messías (Psalm 2:2, Jesaja 45:1).


Derde dier (panter)


Daniël 7:6 – Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld.


Met de panter wordt zonder twijfel gedoeld op het Grieks-Macedonische rijk. Dat mogen we onder meer afleiden uit het laatste visioen dat Daniël krijgt (Daniël 10:20). Een hemelse Man – en dat zou best wel eens Gods Zoon Zelf kunnen zijn (vgl. Openbaring 1:10-18) – vertelt Daniël dat Hij spoedig moet terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden, en zodra Hij hem overwonnen heeft, wacht Hem de vorst van Griekenland. Het gaat hier duidelijk over hemelse vorsten, die achter de aardse vorsten werkzaam zijn. Want de hemelse Man vertelt Daniël dat niemand Hem steunt in Zijn strijd tegen deze vorsten, behalve Michaël, de grote vorst, die de kinderen​ van Daniëls volk terzijde staat (Judas 1:9; Openbaring 12:7).


Het derde dier, dat met een panter wordt vergeleken, heeft “vier vogelvleugels op zijn rug”, wat erop duidt dat hij nog sneller is dan het snelste roofdier ter land. En dat beeld van het Grieks-Macedonische rijk klopt, want na de ondergang van het Perzische rijk, weet Alexander de Grote, de koning van Macedonië, in amper tien jaar tijd zijn rijk uit te breiden van Egypte tot aan Pakistan, van oost naar west is dat zo’n vierduizend kilometer. Op het toppunt van zijn macht, sneuvelt Alexander op slechts 32-jarige leeftijd. Omdat hij geen natuurlijke opvolger heeft, doen zijn vier belangrijkste generaals een greep naar de macht en slagen zij erin om het rijk onder hen te verdelen. Daarop zien de vier koppen van de panter.


Over de indrukwekkende veroveringen van Alexander de Grote, zijn dood en de verdeling van zijn rijk in vier delen, krijgt Daniël overigens tot tweemaal toe nog een visioen. Daarover kunnen we lezen in Daniël 8 en 11:3-4.


Van de vier generaals, is Seleucus de meest succesvolle. Hij wordt de stichter van het naar hem genoemde Seleucidische rijk, dat een groot deel van het Midden-Oosten omvat, waaronder Judea en Samaria. Eén van de laatste koningen van dit rijk is Antiochus IV Epifanes. Hij tergt de Joden door in de Tempel een altaar van Baäl Hasjamaïm te plaatsen en daarop varkens te offeren. Hij verbiedt de Joden hun godsdienstige gebruiken uit te oefenen en hun sabbatten en feestdagen te vieren.


Onder leiding van Mattathias en zijn zonen – waarvan Jehuda, bijgenaamd Makkabeüs, de bekendste is geworden – komen de Joden daartegen in verzet. Antiochus, woedend over de Joodse opstand, voert persoonlijk zijn leger aan en laat meedogenloos tienduizenden Joden ombrengen (2 Makkabeeën 6:12-14). Maar op het hoogtepunt van de strijd overlijdt hij aan een ziekte, wordt hij gebroken “zonder dat er een mensenhand aan te pas komt” (Daniël 8:25) en weten de Makkabeeën Jeruzalem te heroveren. Nadat ze de Tempel hebben gereinigd van alle onreine altaren en voorwerpen en een nieuw altaar hebben gemaakt, kan de Tempel worden ingewijd (1 Makkabeeën 4:52-54). We kennen deze bijzondere geschiedenis, want het is het verhaal van Chanoeka.


Vierde dier


Daniël 7:7 – Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens.


Het vierde dier dat Daniël ziet opkomen uit de zee kan hij met geen enkel schepsel uit het dierenrijk associëren. Daniël noemt het dan ook simpelweg “het vierde dier.” Het is “angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden.” Het vreet en vermaalt alles wat op zijn pad komt, en wat overblijft vertrapt het met zijn poten. De wreedheid, vernielzucht en roofzucht van dit vierde dier zijn onvergelijkbaar.


Het is zo goed als zeker dat met dit vierde dier gedoeld wordt op het Romeinse rijk. Dat mogen we onder meer afleiden uit het visioen, dat Daniël, zo’n 25 jaar later, in het eerste regeringsjaar van Cyrus, door de engel Gabriël wordt geopenbaard: het visioen over de zeventig weken (of beter: zeventig zeventallen) (Daniël 9:22-27). De engel Gabriël legt Daniël daarin uit dat er na de moord op de Messías een vijandig volk zal komen dat de stad en het Heiligdom zal verwoesten. Dat de engel hiermee doelt op de kruisiging van Jeshua omstreeks het jaar 33 en de verwoesting van de Tempel door de Romeinen in 70, lijdt geen twijfel. Zeker niet als we acht slaan op de voorzegging van Jeshua dat Jeruzalem zal worden belegerd en voor zekere tijd door de heidenen zal worden vertrapt (Lucas 21:20-24).


Het Romeinse rijk weet door agressieve aanvalsoorlogen gestaag zijn macht uit te breiden in het Middellandse Zeegebied en ver daarbuiten. De Romeinse veroveringstochten gaan gepaard met ongekende wreedheden en overvloedig bloedvergieten. De Romeinen propageren vrede (Pax Romana) en beschaving te brengen, maar laten een spoor van dood en verderf achter. Zelfs tot het Romeinse volksvermaak behoren gruwelijke openbare executies en bloedige gladiatorengevechten op leven of dood. De macht en de wreedheid van de Romeinen is niet vergelijkbaar met die van de voorgaande wereldrijken.


En hoe waar is dát gebleken voor Daniëls volk, toen het zich omstreeks het jaar 66 wilde bevrijden van de Romeinse onderdrukking en de zogeheten Joodse Oorlog uitbrak. Jeshua voorzegde over de tijd die toen aanbrak:


Lucas 21:23Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen.


Op beestachtige wijze slaan de Romeinen het Joodse verzet meedogenloos neer, wordt heel Jeruzalem, inclusief de Tempel, in de as gelegd en blijft er geen enkele steen op de andere (Mattheüs 24:2). Gedurende de Joodse Oorlog (van 66 tot 70) en de daaropvolgende Bar Kochba-opstand (van 132 tot 136), worden naar schatting anderhalf miljoen Joden, ongeveer een derde van de bevolking, door de Romeinse soldaten afgeslacht. Nog eens een derde van de bevolking wordt krijgsgevangen genomen, sterft aan de honger of wordt als slaaf verkoch