• Bas van Twist

DE BELONING DIE VÓÓR HEM UITGAAT



Is er ooit een tijd geweest waarin zoveel profetieën tegelijk in vervulling zijn gegaan als in onze dagen? Zijn wij soms die laatste generatie uit Psalm 102:19, waarvoor dat alles is opgeschreven? Als we letten op de tekenen die aan Jeshua’s wederkomst voorafgaan, dan kunnen we dat moeilijk ontkennen: oorlogen, zware aardbevingen, hongersnoden en epidemieën alom (Lucas 21:11), de massale terugkeer van het Joodse volk naar Eretz-Israël (Jeremia 31:9-12) en de bevrijding van Jeruzalem (Jesaja 52:8-9; Lucas 21:24).


Vooruitbetaling


Als Jeshua terugkomt, heeft Hij Zijn loon bij zich (Openbaring 22:12). Maar Jesaja voorzegt daarnaast tot tweemaal toe dat Zijn beloning vóór Hem uitgaat (Jesaja 62:11).


Jesaja 40:10Ziehier God, de HEER! Hij komt met kracht, Zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft Hij bij zich, Zijn beloning gaat vóór Hem uit.


Het Hebreeuwse woord פְּעֻלָּה (pe-o-la), wordt in de NBV vertaald met beloning en in de NBG met vergelding. Beide vertalingen zijn juist, want het woord ziet zowel op vergoeding, compensatie en eerherstel, als op straf, wraak en vergelding. Het kan dus gaan om een beloning voor een goede prestatie, een compensatie voor aangedaan onrecht of een straf voor een gepleegde misdaad. De beloning die vóór Hem uitgaat is als het ware een vooruitbetaling op het loon dat Jeshua bij zich heeft als Hij, bekleed met macht en grote luister, wederkomt.


Voor Israël is de beloning die vóór Hem uitgaat gekomen toen God, na bijna tweeduizend jaar dood, ellende, dubbel ongeluk, verwoesting, rampspoed, honger en geweld (Jesaja 51:19), opstond om zich over Sion te ontfermen (Psalm 102:14). Zichtbaar was dat in mei 1948, toen de staat Israël werd geproclameerd, drie jaar nadat de tijd de zwartste bladzijde uit de menselijke geschiedenis had omgeslagen (Daniël 12:7).


Hoewel velen in Israël en daarbuiten nog dagelijks de pijn voelen van de verschrikkingen van de Holocaust, ervaart Israël sinds 1948 Gods zegen in de vorm van herstel van het land en de terugkeer van het Joodse volk uit de landen waarheen ze verdreven waren. God ziet weer welwillend om naar Zijn volk. Met hart en ziel bouwt Hij hen weer op, om hen nooit meer af te breken, om hen te planten en nooit meer uit te rukken (Jeremia 24:6, 29:14, 32:37-41; Ezechiël 20:41; Micha 2:12).


Sinds 1948 herrijzen de steden uit de as en worden ze weer bewoond, zijn paleizen in hun oude pracht hersteld en zijn de puinhopen weer opgebouwd (Jeremia 30:18; Ezechiël 36:33; Amos 9:14). Israël is weer vol met mensen en dieren en het land bloeit als een lelie, wortelt als een ceder op de Libanon. Er worden wijngaarden geplant en tuinen aangelegd, terwijl het volk weer overvloedig wordt voorzien van koren, wijn en olie. Ook de vijgenboom en de granaatappel dragen weer volop vrucht (Jeremia 31:27; Hosea 14:6; Joël 2:19; Amos 9:15; Haggaï 2:19; Zacharia 8:12).


Verder gaf God Zijn volk sinds 1948 telkens de overwinning toen ze door machtige vijanden werden aangevallen (Zacharia 10:6). De Joodse staat zegevierde, tegen ieders verwachting in, omdat God Zijn heilige arm liet neerkomen op Israëls vijanden (Jesaja 52:10).


Zacharia 10:6 – Ik zal het volk van Juda onoverwinnelijk maken en de nakomelingen van Jozef laten zegevieren. Ik ben vol zorg voor hen en zal hen veilig thuisbrengen. Dan zal het weer zijn als voorheen, alsof Ik hen nooit verstoten had, want Ik ben de HEER, hun God, en Ik zal hun gebeden verhoren.


Wat een contrast met de negentien eeuwen daarvoor, toen het volk in elk opzicht werkelijk alles verloor. Tot de bodem moest het volk de beker van Gods toorn leegdrinken. Maar na de Shoah heeft God die beker definitief uit Israëls hand genomen: Israël hoeft er nooit meer uit te drinken (Jesaja 51:22), want zijn schuld is voldaan (Jesaja 40:2). Voor Gods volk is sindsdien de tijd van genade aangebroken (Psalm 102:14).


Beker van Gods toorn


Maar de heidenvolken die het Joodse volk de eeuwen door kwelden, moeten nu de beker van Gods toorn drinken (Jesaja 51:23). Want toen de Vader opstond om zich over Sion te ontfermen, verliet Hij ook Zijn woning om de wereld te laten boeten voor zijn misdaden tegen Juda, om het onschuldig vergoten bloed van Zijn volk te wreken (Jesaja 26:21; Joël 4:21).


Jesaja 41:8-9Allen die zich fel tegen je keerden zullen gehoond worden en te schande staan. Zij die jou bestreden worden minder dan niets en gaan te gronde. Zij die jou onderdrukten zijn onvindbaar, je zoekt ze vergeefs. De vijanden die jou bevochten zullen verdwijnen in het niets.


Als je kijkt naar de Israël vijandige buurlanden, dan begrijp je wat dat inhoudt. Voor hen is dát de beloning die vóór Hem uitgaat. Wat ze Israël aandeden, laat God nu op hun eigen hoofd neerkomen (Joël 4:4-7; Obadja 1:15). Nu worden zij verslonden, weggevoerd, geplunderd en tot buit gemaakt (Jeremia 30:16).


We lezen dat in het laatste der dagen een vloek de aarde verslindt (Jesaja 24:1-13). Het woord אָלָה, dat met vloek vertaald is, wordt uitgesproken als al-lah'. Het hoeft je dan ook niet te verbazen dat het uitgerekend de eeuwige aartsvijanden van Israël zijn, wier land tot een woestenij wordt gemaakt door het moordend geweld in naam van Allah (Jeremia 25:38).


En zou Europa er zoveel beter vanaf komen? Ik betwijfel het ten zeerste. Het oude Avondland is immers het continent waar veruit het meeste onschuldig Joods bloed is vergoten. De Inquisitie, de Kruistochten, de pogroms, de Holocaust en de christelijke vervangingsleer zijn alle van Europese bodem. Met zo’n verleden, moeten we er niet vreemd van opkijken als onze hypermoderne samenleving, op een moment waarop we het niet verwachten, er ineens compleet anders uitziet (Jeremia 50; Openbaring 18).


En denk niet dat Gods oordeel aan ons eigen land voorbijgaat. Natuurlijk, in ons land vonden duizenden Joden een veilig onderkomen toen ze moesten vluchten voor de Inquisitie – het bracht ons land de Gouden Eeuw – en ook tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 waren er in ons land tientallen helden die met gevaar voor eigen leven duizenden Joden het leven hebben gered. Maar feit is ook dat in diezelfde jaren er verhoudingsgewijs veel meer Joden om het leven zijn gekomen in ons land dan in de andere, door de nazi's bezette, landen. Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit kon gebeuren omdat de nazi’s in ons (christelijke) Nederland op veel minder maatschappelijke weerstand stuitten dan in de andere landen.


Zou de ongeremde toestroom van al die miljoenen moslimmigranten uit Israëls buurlanden de afgelopen jaren niet een voorbode zijn van de vloek die Europa, inclusief Nederland, zal treffen?


Waakzaam


Voor de tijd waarin we nu leven, hebben niet alleen Paulus (Handelingen 20:31) en Petrus (1 Petrus 5:8) ons gewaarschuwd waakzaam te zijn, maar ook Jeshua (Mattheüs 25:13).


Mattheüs 24:42 – Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.


Maar hoe bestaat het dan toch dat de meeste gelovigen niet (willen) zien dat Satan achter de schermen druk bezig is om zoveel mogelijk mensen los te maken van hun Schepper, zodat hij “de heerser van deze wereld” (Johannes 14:30) kan blijven? Satan gebruikt daarvoor “mensen met tanden als zwaarden en kaken als messen” (Spreuken 30:14), die hun ziel aan hem hebben verkocht. Ze doen zich voor als lammeren, om zoveel mogelijk mensen te misleiden, maar van binnen zijn het roofzuchtige wolven (Mattheüs 7:15; Openbaring 13:11; zie ook Het beest en zijn beeld). Maar hun succes doet de aarde vervaarlijk wankelen (Jesaja 24:19).


Psalm 82:5 – U toont geen inzicht, geen begrip, en doolt in duisternis rond; de aarde wankelt op haar grondvesten.

Maar God laat het werk van Zijn handen niet los (Psalm 138:8). Hij grijpt zelf in om Zijn herstelplan te volvoeren. In Zijn hand liggen immers macht en kracht besloten en niemand kan zich tegen Hem verzetten (2 Kronieken 20:6). Wat Zijn hand doet, kan door niemand worden ongedaan gemaakt (Jesaja 43:13).


Opgeschud


Maar waarom blijven de heidenvolken zich verzetten tegen de HEER, Zijn Messías en Zijn volk? Waarom gaan ze door op de ingeslagen, heilloze weg? Uit de profeten weten we dat ook dát in Gods hand is.

Jesaja 30:28 – (…) Hij komt de volken opschudden met een bedrieglijke wan, de naties geeft Hij een misleidend bit tussen de kaken.


Met een wan – een platte, gevlochten mand – werd in Bijbelse tijden, na het dorsen, het graan omhoog gegooid, waardoor de wind de gelegenheid kreeg het lichte kaf – het omhulsel van de graankorrel – weg te blazen, zodat enkel de graankorrels overbleven in de mand. Een wan was uiteraard alleen geschikt als hij stevig gevlochten was, anders vielen de graankorrels er door heen. Een bit kennen we: daarmee geeft de berijder zijn paard aanwijzingen.


Het is dus de HEER die de volken opschudt, waardoor ze als kaf in de wind verwaaien of als graankorrels in een gebrekkige wan door de mand vallen (Jesaja 41:15-16). Hij is het die de naties op een dwaalspoor brengt, ze het bos instuurt, als een berijder wiens paard op hol is geslagen.


Zou dát niet de werkelijke reden zijn dat onze westerse beschaving is ondergedompeld in meerdere crises en de angst het heeft gewonnen van het gezond verstand: omdat er geen leiders meer zijn met visie en wijsheid en ontzag voor de HEER (Spreuken 11:14, 29:18)?


Psalm 2:1-3 – Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de HEER en Zijn Gezalfde: ‘Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden.’


De rumoerige debatten in de vergaderingen van de Verenigde Naties zullen uiteindelijk nergens toe leiden, hoe groots en zelfverzekerd de plannen ook worden gepresenteerd. Hun inspanningen zullen vergeefs blijken en hun kwade opzet zal op hun eigen hoofd neerkomen.


Psalm 82:2 Hoe lang nog oordeelt u onrechtvaardig en kiest u partij voor wie kwaad doen?


Terwijl de wereldmachten en hun bondgenoten menen dat ze hun eigen plannen verwezenlijken – vanwege het misleidend bit dat God hen tussen de kaken heeft gegeven –, worden hun plannen, zonder dat ze het zelf beseffen, uiteindelijk gebruikt om Gods plannen te volvoeren (Jesaja-55). Dat geldt in het bijzonder voor de finale afrekening die God in petto heeft voor de heidenvolken die zullen optrekken tegen Jeruzalem. We kunnen daar onder meer in Ezechiël over lezen:


Ezechiël 38:4 – Ik kom je halen, Ik sla haken door je kaak en laat je wegtrekken met heel je leger, met je paarden en ruiters, met je schitterende krijgers, met heel die menigte zwaardvechters, bewapend met kleine en grote schilden;


Het is niet Gog zelf al denkt hij dat wel –, maar de God van Abraham, Izaäk en Jacob, die hem en zijn vele bondgenoten beweegt


Ezechiël 38:8 – (…) om op te trekken tegen een land dat zich nog maar net van de oorlog hersteld heeft, tegen een volk dat uit vele volken weer is samengebracht op de bergen van Israël, die lange tijd verlaten zijn geweest.


Maar in de vallei van Josafat houdt God gericht en zal Hij met hen afrekenen (Joël 4:1-3).


De voorbereidingen voor die grote dag zijn in volle gang (Maleachi 3:21). Voor het volk van Jacob, wier hoop was vervlogen en wier levensdraad was afgesneden (Ezechiël 37:11), is dat zichtbaar sinds 1948. Sindsdien wordt hersteld wat gebroken was, wordt samengevoegd wat verdeeld was, keren terug wie verdreven waren, wordt herbouwd wat vernield was, worden verhoogd wie vernederd werden, bloeit weer op wat wegkwijnde, worden teruggevonden wie zoekgeraakt waren en worden gered wie verloren waren.


Maar de volken, ook die in Europa, die samenspannen tegen de HEER en Zijn gezalfde, zullen in hun hoogmoed ten val komen. Wat hun heilig is, zal ontwijd worden (Ezechiël 7:24).


Ik kom spoedig


Velen, ook in ons land, zullen angstig willen wegkruipen voor wat er met de wereld gaat gebeuren. Maar Jeshua zegt juist dat als díe tijd aanbreekt – en die tijd is aangebroken! – dat we ons moeten oprichten en ons hoofd moeten heffen, omdat onze verlossing nabij is (Lucas 21:28; Jesaja 40:10). Meer nabij dan je wellicht denkt.


Openbaring 22:12 – Ik kom spoedig, en heb het loon bij Me om iedereen te belonen naar Zijn daden.


Zwijg daarom niet omwille van Sion, maar herinner de Vader dag en nacht aan Zijn belofte Jeruzalem te stellen tot een lof op aarde. Want als dát moment aanbreekt, zal de redding die Hij heeft beloofd reiken tot aan de einden der aarde (Jesaja 49:6). Verhef daarom je stem met kracht en verkondig aan vrouwe Sion:


Jesaja 62:11Je redder komt! Zijn loon heeft Hij bij zich, Zijn beloning gaat vóór Hem uit.


Bas van Twist, augustus 2020

1,072 keer bekeken

© 2019 by Wachters.nu |  Voorwaarden  |   Privacyverklaring