HET AFTELLEN IS BEGONNEN!

Bijgewerkt op: 6 nov. 2021



Hoelang zal de Vader de voortdurende leugens en de valse misleidingen in de wereld nog kunnen aanhoren? Hoelang zal Hij het grote onrecht en de afschuwelijke misdaden op aarde nog kunnen aanzien? Hoelang zal Hij de verstikkende tirannie van de machthebbers nog willen gadeslaan [2 Thessalonicenzen 2:10-12]? Wanneer is voor Hem de maat van al dat kwaad vol [Genesis 15:18]?


Ik stel me die vragen steeds vaker.


Als we acht slaan op de tekenen die aan Jeshua’s wederkomst voorafgaan en letten op de tientallen profetieën die we in onze dagen in vervulling zien gaan, dan kan het nooit heel lang meer duren voor de laatste dag van de wereldtijden aanbreekt [Mattheüs 24:3-29, 36; 2 Thessalonicenzen 2:3-8; 1 Johannes 2:18; Openbaring 13:14-17; www.wachters.nu/post/het-beest-en-zijn-beeld].


Profetieën


De situatie in onze wereld kent veel overeenkomsten met die ten tijde van Israëls profeten. En omdat veel profetieën in fasen of lagen vervuld worden, zien veel profetieën ook op de dagen waarin wij leven. Zo zou Ezechiëls oordeelaanzegging over Egypte en zijn bondgenoten weleens heel goed mede betrekking kunnen hebben op onze tijd.


Ezechiël 30:3Nabij is de dag, nabij is de dag van de HEER! Een dag van wolken zal het zijn, de dag van het oordeel over de volken.


Als we de profeten en de psalmen aandachtig lezen wordt duidelijk dat de Vader de Zoon naar de wereld terugzendt op een moment dat Israël in een diepe existentiële crisis verkeert. Terwijl het volk intern tot op het bot verdeeld is [Ezechiël 37:22-24; Lucas 12:52-53], zal het tegelijk van buitenaf in zijn voortbestaan worden bedreigd [Ezechiël 38:8-9; Joël 4:1-3; Zacharia 12:1-3].


Het is een tijd die ook doet denken aan de dagen van de profeet Nahum. Net als Jona een kleine eeuw eerder, kondigt Nahum de verwoesting van Nineve aan, de hoofdstad van het machtige Assyrische wereldrijk, dat eerder het noordelijke rijk Israël uit zijn land had verdreven, en hetzelfde nu dreigt te doen met het zuidelijke rijk Juda.


Maar Nahum voorzegt niet alleen een oordeel over Nineve – dat in tegenstelling tot Jona’s profetie níet in het voordeel van de stad zal uitvallen –, maar hij klaagt ook de leidslieden van Juda aan, omdat ze heulen met de vijand die hun volksgenoten uit het noorden in de ellende heeft gestort. Bovendien zijn ze vreemde goden gaan vereren en hebben ze het volk verleid om hetzelfde te doen, terwijl ze tegelijkertijd het volk onderdrukken met hun misdadige regime.


Nahum maakt de leiders van Juda duidelijk dat de HEER een einde zal maken aan hun verfoeilijke praktijken, omdat Hij niet zal toelaten dat ook Juda in dezelfde ellende wordt gestort als zijn volksgenoten uit het tienstammenrijk.


Nahum 1:9 [NBV21]Wat ze ook tegen de HEER beramen, Hij verijdelt hun plan: Juda wordt geen tweede keer bedreigd.


Zoals ook uit dit vers blijkt, is het niet altijd direct duidelijk op wie de profeet doelt of wie hij aanspreekt, omdat zijn beschuldigingen aan het adres van Juda’s leiders en zijn aanklacht tegen de Assyriërs elkaar beurtelings afwisselen en de geadresseerden inwisselbaar lijken.


In deze profetie zien we trouwens ook weer de meerdere lagen van vervulling. In de eerste plaats voorzegt Nahum dat Juda niet nog een keer door de Assyriërs zal worden bedreigd met ballingschap, zoals dat eerder was gebeurd. Maar daarnaast ziet zijn profetie op een, voor hem, verre toekomst, namelijk wanneer het Joodse volk na lange tijd uit de ballingschap weer is teruggekeerd naar zijn eigen land. Als dat gebeurt, zal het volk geen tweede keer uit zijn land worden verdreven, zal het niet nog een keer de hel op aarde hoeven mee te maken, zoals het volk dat negentien eeuwen lang heeft beleefd [Hosea 11:9; www.wachters.nu/post/geen-tweede-keer].


Amos 9:15 Ik zal hen terugplanten in hun grond, en zij zullen niet meer worden weggerukt uit het land dat Ik hun heb gegeven – zegt de HEER, jullie God.


Voorbode


Van die buitenlandse dreiging is op dit moment nog niet direct iets te merken, maar dat geldt niet voor de interne crisis in het land. Want door te heulen met de wereld en door de bevolking te onderwerpen aan een tiranniek coronaregime, heeft de regering van Israël volop tweedracht gezaaid in het hart van de Joodse natie en heeft ze tweespalt gebracht in vriendenkringen, in families, in gezinnen en zelfs in huwelijken [www.wachters.nu/post/zoals-alle-andere-volken]. De vergelijking met de tijd van Nahum is, voor wat de interne crisis betreft, dan ook snel gemaakt.


Zou deze interne crisis soms de voorbode zijn van de komende buitenlandse dreiging?


Regisseur


Nog meer dan de interne crisis, zal het volk de immense internationale troepenmacht vrezen, die het op de laatste dag van de wereldtijden bedreigt.


Maar hoe begrijpelijk die grote vrees is – de grote regisseur van dit eindspel, inclusief Israëls benauwenis, is de HEER, de God van Israël. Hijzelf is het immers die de heidenvolken oproept om ten strijde te trekken tegen Israël, om hun ploegijzers tot zwaarden om te smeden en hun snoeimessen tot speren [Joël 4:9-15].


Hijzelf is het die van Jeruzalem een bedwelmende beker maakt, die de volken in een vlaag van verstandsverbijstering brengt en laat optrekken tegen Juda en Jeruzalem [Zacharia 12:1-3, 14:3-15].


Hijzelf is het die Gog en zijn vele bondgenoten verleidt om met al hun krijgsvolk en al hun wapentuig het land en volk van Israël aan te vallen [Ezechiël 38:3-17; www.wachters.nu/post/als-het-tumult-losbarst].


En als het zover is, zal geen enkele leider in Israël in staat zijn om het grote onheil dat dreigt af te wenden. Het volk zal dan ook bevend van angst ineenkrimpen. Nog meer dan in de dagen van koning Josafat, toen ook een grote internationale legermacht het land leek te overweldigen [2 Kronieken 20:1-29]. En meer nog dan toen het volk was ingesloten tussen het leger van de Farao achter zich en de Rietzee voor zich [Exodus 14:9-12].


Als alles verloren lijkt


Maar als alles verloren lijkt en het volk van niemand nog enige redding heeft te verwachten, zal de HEER ingrijpen en het voor Zijn volk opnemen. Als een leeuw zal Hij de heidenvolken, die klaarstaan om Zijn volk te verdelgen, opjagen, uiteendrijven en verscheuren.


Joël 4:16De HEER brult vanaf de Sion, Hij gromt vanuit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar voor Zijn volk is de HEER een toevlucht, Israël biedt Hij bescherming.


Nahum 1:12-13 Dit zegt de HEER: Al zijn ze op volle sterkte en zeer talrijk, toch worden ze neergemaaid, het is met hen gedaan! Ik heb je gekweld, Juda, maar Ik zal je niet meer kwellen, want nu breek Ik zijn juk, dat op je schouders ligt, en je riemen ruk Ik los.


Schouwspel


Als we ons proberen voor te stellen hoe het er op die laatste dag van de wereldtijden aan toe zal gaan, dan kunnen we eigenlijk alleen maar stil worden van ontzag voor de almachtige God en ons gelukkig prijzen dat we, dankzij Jeshua, bij Hem mogen schuilen [Psalm 2:12; Joël 3:5].


Gedurende die grote benauwenis zullen Gods ogen trouwens voortdurend waken over Zijn volk [Zacharia 12:4]. Geen ogenblik zal Hij iemand van hen uit het oog verliezen.


En terwijl het volk in angst en beven zit af te wachten op wat er gaat gebeuren, zal de HEER Zijn volk Zijn macht tonen en Zijn vijanden Zijn verbolgenheid [Jesaja 66:14], want, zoals gezegd, Hij laat Zijn volk geen tweede keer in een grote verdrukking komen [Daniël 12:1-7; www.wachters.nu/post/daniëls-visioen-over-de-zeventig-weken-deel-2].


Om de aandacht van de volken te richten op het podium waarop het schouwspel zich afspeelt, laat God dreigende, donkere wolken binnen drijven [Ezechiël 34:12] en dooft Hij de lichten aan het firmament.


Jesaja 13:10 De sterren aan de hemel geven geen licht meer, sterrenbeelden doven uit, de zon is verduisterd als ze opkomt, het licht van de maan is verdwenen.


En wanneer de aarde bedekt is door een angstaanjagende diepe duisternis en alle naties in donkerte zijn gehuld, zal het echte eindspel beginnen. De hemelen zullen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats raken [Jesaja 13:13], terwijl de wereld zal worden geteisterd door zware aardbevingen, krachtige vulkaanuitbarstingen, kolkende watermassa’s, razende stormen, hevige slagregens, loodzware hagelstenen, dreigende bliksemschichten, oorverdovende donderslagen en afschrikwekkend krijgsgeschreeuw [Joël 3:3-4; Lucas 21:25; Openbaring 16:18]. Bergen zullen wegzinken, rotswanden neerstorten en muren in puin vallen [Ezechiël 38:20].


Het tumult zal de mensen op aarde onmachtig maken van angst [Lucas 21:26]. Ze zullen rondlopen als blinden, proberen weg te kruipen voor het onstuitbare natuurgeweld, smekend dat de bergen en rotsen op hen zullen neervallen, zodat ze aan het oordeel zullen ontkomen dat over de wereld komt [Openbaring 6:15-17].


Mensenzoon


En dan ineens klinkt daar wereldwijd, van oost tot west en van noord tot zuid, het doordringende geluid van de sjofar [Jesaja 18:3; Openbaring 11:15], en zal boven het land van Israël de hemelse luister van de HEER zichtbaar worden [Jesaja 60:2]. Want daar verschijnt in de lucht, op de wolken des hemels, de Mensenzoon – het ware licht voor de wereld [Johannes 1:9, 8:12] –, bekleed met macht en grote luister en gevolgd door een schare engelen, die niemand tellen kan [Mattheüs 24:27-31]. Zijn schittering is gelijk zonlicht, zoals de stralen die uit Zijn hand komen, waarin Zijn kracht verborgen ligt [Habakuk 3:4].


Olijfberg


Terwijl alle ogen op Hem gericht zijn, zal Hij Zijn voeten planten op de Olijfberg [Zacharia 14:4], die ten noorden ligt van Jeruzalem, vanwaar Hij eerder naar de Vader ten hemel was gevaren. Zijn aanraking zal een zware aardbeving veroorzaken, waardoor de berg in tweeën splijt, van boven naar beneden en van oost naar west. De beide helften zullen van elkaar af bewegen, de ene naar het noorden en de andere naar het zuiden, waardoor een enorm dal zal ontstaan, dat zal reiken tot aan Asel, ten zuiden van Jeruzalem.


Het decor van de oordeelsdag, de laatste dag van de wereldtijden, is zo indrukwekkend dat het ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Het zal het meest spectaculaire schouwspel zijn dat ooit door mensenogen is gezien.


En terwijl het volk het belegerde Jeruzalem ontvlucht en zijn toevlucht zoekt in het enorme dal dat is ontstaan, trekt hun Koning voor hen ten strijde tegen de vijandelijke legers die hen willen aanvallen.


Habakuk 3:12-13Grimmig schrijdt U voort over de aarde, volken vertrapt U in toorn. Om Uw eigen volk te redden trekt U uit, U komt tot redding van Uw gezalfde (…).


Zo nederig als Jeshua was bij Zijn eerste komst naar de wereld, zo glorieus, ontzagwekkend en overweldigend zal Hij zijn bij Zijn tweede komst [Jesaja 52:13-15].


Vergelding


Op verschillende plaatsen in de Bijbel kunnen we lezen hoe het er bij de eindstrijd op de laatste dag aan toe gaat en hoe verpletterend de vijand wordt verslagen [Joël 4:1-3; Ezechiël 39:4; Zacharia 12:9, 14:12; Jesaja 63:3-6; Maleachi 3:21]. Het zijn gedeelten in de Bijbel die meestal worden overgeslagen, omdat het niet past in het beeld dat velen van God hebben gemaakt. Ten onrechte. Want juist door de onrechtplegers te vergelden voor hun misdaden, doet God recht aan degenen die daardoor onrecht is aangedaan [Psalm 58:11-12; Openbaring 18:20].


Met het voltrekken van het vonnis over de heidenvolken, die in een allerlaatste poging tevergeefs probeerden Zijn volk uit te roeien, doet God recht aan die miljoenen Joodse mannen, vrouwen en kinderen, die de eeuwen door zijn vermoord, verbrand, vergast, verkracht, vervolgd en veracht, omdat ze behoorden tot het volk dat God voor zich had gevormd om Zijn heilsplan aan de wereld bekend te maken [Jesaja 49:6].


Gods wraak over de heidenvolken, zal tegelijk voor Israël verlossing betekenen uit de grote benauwdheid waarin het volk verkeert [Jesaja 45:17, 52:10].


Mededogen en inkeer


Als het volk gaandeweg gaat beseffen dat het grote gevaar is geweken en de vijand, die het land dreigde te overweldigen, is weggevaagd, zal God over allen, jong en oud, rijk en arm, seculier en orthodox, gevaccineerd en ongevaccineerd, Zijn Geest uitgieten [Joël 3:1] en zal heel het volk vol ontzag en in aanbidding neerbuigen voor de HEER, hun God.


Maar ook zullen ze sprakeloos opzien naar hun Messías, hun hemelse redder, wiens aanblik hen zal verwarren, maar tegelijk verwarmen.


Het zal het langverwachte moment zijn dat de Vader de gedeeltelijke verharding, die Hij op een deel van Zijn volk had gelegd, wegneemt [Romeinen 11:25]. Het zal het langverwachte moment zijn dat de Zoon zich aan het volk bekend zal maken: ‘Ik ben het, Jeshua! Kom toch dichterbij. Ik ben Jeshua, jullie broer, die jullie hebben afgewezen en hebben laten kruisigen. Maar wees niet bang en maak jezelf geen verwijten, want Mijn Vader in de hemel had daarmee een plan om jullie leven te redden, en dat van alle mensenkinderen.’


Als het besef begint door te dringen dat Hij, Jeshua, het was die om hun zonden werd doorboord, om hun wandaden werd gebroken en voor hun welzijn werd getuchtigd [Jesaja 53:5], zullen ze Hem vol verwondering, mededogen en schuldbesef aanzien. Tranen zullen rijkelijk vloeien [Zacharia 12:10].


Vol compassie zal Jeshua hen opnieuw bij zich roepen en hun zonden vergeven.


Jeremia 50:20In die dagen, in die tijd, zal Ik onderzoeken of er nog wandaden op Israëls rekening staan. Ze zullen er niet zijn. En Ik zal onderzoeken of Juda nog zonden op zijn rekening heeft staan. Ik zal ze niet vinden, want allen die Ik in leven laat, zal Ik vergeven.


Gaandeweg zullen hun tranen veranderen in vreugdetranen, om wat God, de Vader, door Zijn Zoon, allemaal voor hen heeft gedaan.


Maar niet alleen zal Jeshua hun zonden vergeven en daar nooit meer aan terugdenken, Hij zal hen ook, in al hun veelkleurigheid, weer eensgezind maken, zodat niet langer tweedracht bestaat in het hart van de Joodse natie en niet langer tweespalt in vriendenkringen, in families, in gezinnen en in huwelijken [Ezechiël 11:19].


Aliyah


Toch is het feest dan nog niet compleet, want terwijl de sjofar nog immer klinkt, worden uit de vier windstreken, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere, miljoenen Joodse mannen, vrouwen en kinderen door de engelen, die Jeshua had uitgezonden, bijeengebracht om het feest mee te vieren [Mattheüs 24:31].


Het zal de grootste en meest spectaculaire aliyah zijn in de geschiedenis van het Joodse volk ooit.


Opstanding


Maar dan gebeurt er nog iets dat ieders verbeelding tart. Want op Jeshua’s bevel zullen ontelbare ontslapenen uit de dood opstaan. Zodra ze Zijn stem horen, komen ze tot leven [Johannes 5:25; 1 Korintiërs 15:22-23]. Ook zij mogen het feest meevieren, zoals Jeshua bij Zijn eerste komst had beloofd [Jesaja 26:19; Psalm 22:30].


Johannes 6:39-40Dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft: dat Ik niemand van wie Hij Mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat Ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil Mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat Ik hen op de laatste dag laat opstaan.


Ommekeer


De onvoorstelbare ommekeer op de laatste dag van de wereldtijden zal elk schepsel met ontzag voor de HEER vervullen. De hemel zal jubelen, de aarde zal juichen en de zee zal bruisen [Psalm 96:11].


De Vader zal de wonden van het volk verbinden en zijn striemen genezen, die het door de heidenvolken de eeuwen door zijn toegebracht [Jesaja 30:26].


Israël zal eindelijk tot zijn bestemming komen, zoals de Vader die voor ogen stond toen Hij hem formeerde [Jesaja 60:21].


En vanaf die dag zal Jeruzalem de hoofdstad zijn van het Koninkrijk van God, zal het hét centrum van de wereld zijn. En vandaar zal Gods onderricht klinken en Zijn wet uitgaan [Jesaja 2:3].


Tot de ontslapenen die zijn opgestaan behoren ook de aartsvaders en -moeders [Mattheüs 8:11]. En zoals de Vader hen in de dagen van weleer beloofde, zal Hij aan Jacob Zijn trouw bewijzen en aan Abraham Zijn goedheid [Genesis 12:3, 22:16-18, 28:13-15; Micha 7:20]. Aan Jacob zal Jeshua het hele land tonen dat hem door de Vader is toegezegd en dat nu geheel in bezit is van zijn nakomelingen. Abraham zal Hij wijzen op de weg die Hij, als de eniggeboren Zoon van God, moest gaan om Zijn volk te redden en via Israël elk mensenkind [Johannes 4:22].


Alle volken op aarde – niet één uitgezonderd – zullen het Joodse volk, dat ze de eeuwen door hebben veracht, met eer en roem overladen [Sefanja 3:19-20].


Wat Jesaja eeuwen geleden over die tijd mocht profeteren, zal dan werkelijkheid zijn geworden.


Jesaja 9:1-4 Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf U het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit. Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de staf van de drijver, U hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds. Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel die doordrenkt is van bloed, ze worden verbrand, ze vallen ten prooi aan het vuur.


Vader, wacht niet langer en grijp in, ook omwille van Uzelf, want Uw naam is verbonden aan Uw stad, Jeruzalem, en aan Uw volk, Israël!


Bas van Twist, oktober 2021



5.085 weergaven8 opmerkingen