HET AFTELLEN IS BEGONNEN!

Bijgewerkt op: nov 6



Hoelang zal de Vader de voortdurende leugens en de valse misleidingen in de wereld nog kunnen aanhoren? Hoelang zal Hij het grote onrecht en de afschuwelijke misdaden op aarde nog kunnen aanzien? Hoelang zal Hij de verstikkende tirannie van de machthebbers nog willen gadeslaan [2 Thessalonicenzen 2:10-12]? Wanneer is voor Hem de maat van al dat kwaad vol [Genesis 15:18]?


Ik stel me die vragen steeds vaker.


Als we acht slaan op de tekenen die aan Jeshua’s wederkomst voorafgaan en letten op de tientallen profetieën die we in onze dagen in vervulling zien gaan, dan kan het nooit heel lang meer duren voor de laatste dag van de wereldtijden aanbreekt [Mattheüs 24:3-29, 36; 2 Thessalonicenzen 2:3-8; 1 Johannes 2:18; Openbaring 13:14-17; www.wachters.nu/post/het-beest-en-zijn-beeld].


Profetieën


De situatie in onze wereld kent veel overeenkomsten met die ten tijde van Israëls profeten. En omdat veel profetieën in fasen of lagen vervuld worden, zien veel profetieën ook op de dagen waarin wij leven. Zo zou Ezechiëls oordeelaanzegging over Egypte en zijn bondgenoten weleens heel goed mede betrekking kunnen hebben op onze tijd.


Ezechiël 30:3Nabij is de dag, nabij is de dag van de HEER! Een dag van wolken zal het zijn, de dag van het oordeel over de volken.


Als we de profeten en de psalmen aandachtig lezen wordt duidelijk dat de Vader de Zoon naar de wereld terugzendt op een moment dat Israël in een diepe existentiële crisis verkeert. Terwijl het volk intern tot op het bot verdeeld is [Ezechiël 37:22-24; Lucas 12:52-53], zal het tegelijk van buitenaf in zijn voortbestaan worden bedreigd [Ezechiël 38:8-9; Joël 4:1-3; Zacharia 12:1-3].


Het is een tijd die ook doet denken aan de dagen van de profeet Nahum. Net als Jona een kleine eeuw eerder, kondigt Nahum de verwoesting van Nineve aan, de hoofdstad van het machtige Assyrische wereldrijk, dat eerder het noordelijke rijk Israël uit zijn land had verdreven, en hetzelfde nu dreigt te doen met het zuidelijke rijk Juda.


Maar Nahum voorzegt niet alleen een oordeel over Nineve – dat in tegenstelling tot Jona’s profetie níet in het voordeel van de stad zal uitvallen –, maar hij klaagt ook de leidslieden van Juda aan, omdat ze heulen met de vijand die hun volksgenoten uit het noorden in de ellende heeft gestort. Bovendien zijn ze vreemde goden gaan vereren en hebben ze het volk verleid om hetzelfde te doen, terwijl ze tegelijkertijd het volk onderdrukken met hun misdadige regime.


Nahum maakt de leiders van Juda duidelijk dat de HEER een einde zal maken aan hun verfoeilijke praktijken, omdat Hij niet zal toelaten dat ook Juda in dezelfde ellende wordt gestort als zijn volksgenoten uit het tienstammenrijk.


Nahum 1:9 [NBV21]Wat ze ook tegen de HEER beramen, Hij verijdelt hun plan: Juda wordt geen tweede keer bedreigd.


Zoals ook uit dit vers blijkt, is het niet altijd direct duidelijk op wie de profeet doelt of wie hij aanspreekt, omdat zijn beschuldigingen aan het adres van Juda’s leiders en zijn aanklacht tegen de Assyriërs elkaar beurtelings afwisselen en de geadresseerden inwisselbaar lijken.


In deze profetie zien we trouwens ook weer de meerdere lagen van vervulling. In de eerste plaats voorzegt Nahum dat Juda niet nog een keer door de Assyriërs zal worden bedreigd met ballingschap, zoals dat eerder was gebeurd. Maar daarnaast ziet zijn profetie op een, voor hem, verre toekomst, namelijk wanneer het Joodse volk na lange tijd uit de ballingschap weer is teruggekeerd naar zijn eigen land. Als dat gebeurt, zal het volk geen tweede keer uit zijn land worden verdreven, zal het niet nog een keer de hel op aarde hoeven mee te maken, zoals het volk dat negentien eeuwen lang heeft beleefd [Hosea 11:9; www.wachters.nu/post/geen-tweede-keer].


Amos 9:15 Ik zal hen terugplanten in hun grond, en zij zullen niet meer worden weggerukt uit het land dat Ik hun heb gegeven – zegt de HEER, jullie God.


Voorbode


Van die buitenlandse dreiging is op dit moment nog niet direct iets te merken, maar dat geldt niet voor de interne crisis in het land. Want door te heulen met de wereld en door de bevolking te onderwerpen aan een tiranniek coronaregime, heeft de regering van Israël volop tweedracht gezaaid in het hart van de Joodse natie en heeft ze tweespalt gebracht in vriendenkringen, in families, in gezinnen en zelfs in huwelijken [www.wachters.nu/post/zoals-alle-andere-volken]. De vergelijking met de tijd van Nahum is, voor wat de interne crisis betreft, dan ook snel gemaakt.


Zou deze interne crisis soms de voorbode zijn van de komende buitenlandse dreiging?


Regisseur


Nog meer dan de interne crisis, zal het volk de immense internationale troepenmacht vrezen, die het op de laatste dag van de wereldtijden bedreigt.


Maar hoe begrijpelijk die grote vrees is – de grote regisseur van dit eindspel, inclusief Israëls benauwenis, is de HEER, de God van Israël. Hijzelf is het immers die de heidenvolken oproept om ten strijde te trekken tegen Israël, om hun ploegijzers tot zwaarden om te smeden en hun snoeimessen tot speren [Joël 4:9-15].


Hijzelf is het die van Jeruzalem een bedwelmende beker maakt, die de volken in een vlaag van verstandsverbijstering brengt en laat optrekken tegen Juda en Jeruzalem [Zacharia 12:1-3, 14:3-15].


Hijzelf is het die Gog en zijn vele bondgenoten verleidt om met al hun krijgsvolk en al hun wapentuig het land en volk van Israël aan te vallen [Ezechiël 38:3-17; www.wachters.nu/post/als-het-tumult-losbarst].


En als het zover is, zal geen enkele leider in Israël in staat zijn om het grote onheil dat dreigt af te wenden. Het volk zal dan ook bevend van angst ineenkrimpen. Nog meer dan in de dagen van koning Josafat, toen ook een grote internationale legermacht het land leek te overweldigen [2 Kronieken 20:1-29]. En meer nog dan toen het volk was ingesloten tussen het leger van de Farao achter zich en de Rietzee voor zich [Exodus 14:9-12].


Als alles verloren lijkt


Maar als alles verloren lijkt en het volk van niemand nog enige redding heeft te verwachten, zal de HEER ingrijpen en het voor Zijn volk opnemen. Als een leeuw zal Hij de heidenvolken, die klaarstaan om Zijn volk te verdelgen, opjagen, uiteendrijven en verscheuren.


Joël 4:16De HEER brult vanaf de Sion, Hij gromt vanuit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar voor Zijn volk is de HEER een toevlucht, Israël biedt Hij bescherming.


Nahum 1:12-13 Dit zegt de HEER: Al zijn ze op volle sterkte en zeer talrijk, toch worden ze neergemaaid, het is met hen gedaan! Ik heb je gekweld, Juda, maar Ik zal je niet meer kwellen, want nu breek Ik zijn juk, dat op je schouders ligt, en je riemen ruk Ik los.


Schouwspel


Als we ons proberen voor te stellen hoe het er op die laatste dag van de wereldtijden aan toe zal gaan, dan kunnen we eigenlijk alleen maar stil worden van ontzag voor de almachtige God en ons gelukkig prijzen dat we, dankzij Jeshua, bij Hem mogen schuilen [Psalm 2:12; Joël 3:5].


Gedurende die grote benauwenis zullen Gods ogen trouwens voortdurend waken over Zijn volk [Zacharia 12:4]. Geen ogenblik zal Hij iemand van hen uit het oog verliezen.


En terwijl het volk in angst en beven zit af te wachten op wat er gaat gebeuren, zal de HEER Zijn volk Zijn macht tonen en Zijn vijanden Zijn verbolgenheid [Jesaja 66:14], want, zoals gezegd, Hij laat Zijn volk geen tweede keer in een grote verdrukking komen [Daniël 12:1-7; www.wachters.nu/post/daniëls-visioen-over-de-zeventig-weken-deel-2].


Om de aandacht van de volken te richten op het podium waarop het schouwspel zich afspeelt, laat God dreigende, donkere wolken binnen drijven [Ezechiël 34:12] en dooft Hij de lichten aan het firmament.


Jesaja 13:10 De sterren aan de hemel geven geen licht meer, sterrenbeelden doven uit, de zon is verduisterd als ze opkomt, het licht van de maan is verdwenen.


En wanneer de aarde bedekt is door een angstaanjagende diepe duisternis en alle naties in donkerte zijn gehuld, zal het echte eindspel beginnen. De hemelen zullen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats raken [Jesaja 13:13], terwijl de wereld zal worden geteisterd door zware aardbevingen, krachtige vulkaanuitbarstingen, kolkende watermassa’s, razende stormen, hevige slagregens, loodzware hagelstenen, dreigende bliksemschichten, oorverdovende donderslagen en afschrikwekkend krijgsgeschreeuw [Joël 3:3-4; Lucas 21:25; Openbaring 16:18]. Bergen zullen wegzinken, rotswanden neerstorten en muren in puin vallen [Ezechiël 38:20].


Het tumult zal de mensen op aarde onmachtig maken van angst [Lucas 21:26]. Ze zullen rondlopen als blinden, proberen weg te kruipen voor het onstuitbare natuurgeweld, smekend dat de bergen en rotsen op hen zullen neervallen, zodat ze aan het oordeel zullen ontkomen dat over de wereld komt [Openbaring 6:15-17].


Mensenzoon


En dan ineens klinkt daar wereldwijd, van oost tot west en van noord tot zuid, het doordringende geluid van de sjofar [Jesaja 18:3; Openbaring 11:15], en zal boven het land van Israël de hemelse luister van de HEER zichtbaar worden [Jesaja 60:2]. Want daar verschijnt in de lucht, op de wolken des hemels, de Mensenzoon – het ware licht voor de wereld [Johannes 1:9, 8:12] –, bekleed met macht en grote luister en gevolgd door een schare engelen, die niemand tellen kan [Mattheüs 24:27-31]. Zijn schittering is gelijk zonlicht, zoals de stralen die uit Zijn hand komen, waarin Zijn kracht verborgen ligt [Habakuk 3:4].


Olijfberg