• Admin

BIDDEN VOOR DE VOLKEN

Albert de Hoop, mei 2021


Dit is een onderwerp dat redelijk wat verzet kan oproepen. Het gaat over iets wat wij als wachters voor Israël niet doen. We bidden namelijk niet voor de volken. En dat is soms tegen het zere been. Christenen hebben toch altijd voor de volken gebeden? Zoals een voorganger een keer zei: Het is toch gewoon christelijk om te bidden voor de volken? Maar de grote vraag is niet of het christelijk is, maar of het bijbels is.


Wel of niet voor de volken bidden is vandaag opnieuw actueel. Israël heeft onlangs opnieuw te maken gehad met duizenden raketten die het van Jodenhaat vervulde Hamas op steden en dorpen afvuurde. Deze Arabieren, Palestijnen, zijn absolute vijanden van Israël. En toch, zowel Hamas als Islamic Jihad worden ondanks het predicaat “terreurbeweging” in enorm veel landen gesteund, door organisaties, door regeringen, en door individuen.


En dan zou het nog een vraag zijn of we voor de volken bidden?


Yeshua en de Vader


In het evangelie van Johannes lees je dat Yeshua nadrukkelijk aangeeft dat Hij alleen doet wat de Vader doet.


Johannes 5:19 (NBG) – Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo.


Zijn houding, zijn instelling was erop gericht om de Vader te eren. Hij was alert om bij alles wat Hij deed alleen te doen wat Hij de Vader zag doen. Wat de Vader deed, dat deed Yeshua dan ook. Hij wandelde niet een ander paadje, hoewel het aannemelijk zou zijn als Hij dit wel had gedaan. Tenslotte leefde Hij niet (meer) in de hemel, maar Hij leefde in de maatschappij, Hij was een mens van vlees en bloed. Om Hem heen waren gewoonten en gebruiken, mooie gewoonten, gebruiken van soms wel eeuwen oud. We zouden kunnen zeggen, daar is helemaal niets mis mee en het zou “normaal” zijn als Yeshua daar grotendeels in mee zou gaan. En toch zegt Hij: “… de Zoon… moet het de Vader zien doen”.


Hij was zoveel Zoon van Zijn Vader, dat Hij niet anders wilde dan op Zijn Vader lijken. Wat Zijn Vader deed, deed Hij ook, wat Zijn Vader niet deed, dat deed Hij ook niet. Negatief gesproken zou je kunnen zeggen: dat is kopieer-gedrag. Alleen…, het is helemaal niet negatief dat kopieer-gedrag. Hij hield namelijk het Beste Voorbeeld dat bestaat voor ogen. Positiever kan niet.


Volgeling van Yeshua


Als we nu naar onszelf kijken als gelovigen in Yeshua en diezelfde Vader, dan zou het te verwachten zijn dat wij Yeshua ook willen “kopiëren”. Dat wij erop gericht zijn om te doen zoals Hij deed.


Woorden van Yeshua:


Mattheus 9:21 (NBG) – “Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij.”


Johannes 15:5 (NBG) – “Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.


Of woorden van Paulus:


1Korintiers 11:1 (NBG) – “Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg.”


Efeziërs 5:1 (NBG) – “Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen,”


Het is de bedoeling dat we Yeshua volgen, dat we op Hem willen lijken, dat we er alles aan zullen doen om zo te doen en te handelen als Hij deed. Ook als dat tegen de gewoonten en gebruiken van onze tijd en maatschappij ingaat. Voor velen van ons is het heel duidelijk dat we afstand moeten nemen van allerlei zaken die in onze maatschappij plaatsvinden. Zoals de bijbel zegt: “…maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen” (Efeziërs 4:20 NBG).


Dat gaat dan over de maatschappij, de wereld. Maar…, anders dan al onze gelovige vrienden, broeders en zusters? Anders dan wat we aan gewoonten en gebruiken hebben in onze gemeenten en kerken? Dat is wel heel veel gevraagd. En toch….


Zoals Yeshua Zijn Vader voor ogen hield, zouden wij Yeshua voor ogen moeten houden. Op Hem willen lijken, dat kopieer-gedrag zou ons sieren.


Bidden


En dan komt ook ons bidden, onze gebedshouding en gebedsinhoud ter sprake. Gebed is er in heel veel vormen, maar hebben we echt begrepen wat Yeshua ons geleerd heeft?


Mensen bidden tot Yeshua, ook soms tot de Heilige Geest en in sommige kringen wordt zelfs tot Maria gebeden of worden engelen aangeroepen. Gebeden worden vaak afgesloten met de woorden “in Jezus’ Naam” of “om Jezus wil”.


Maar hoe dacht Yeshua over het gebed? Of Zijn discipelen? De discipelen hadden daar wel vragen over en ze zeiden dan ook tegen Yeshua: “…Here, leer ons bidden…” (Lucas 11:1 NBG). En Yeshua heeft het hen geleerd: “...Wanneer gij bidt, zegt: Vader, Uw naam worde geheiligd; …” (Lucas 11:2 NBG). Op een ander moment zei Hij: “Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd;” (Mattheus 6:9 NBG).


Dus niet een gebed tot de Heilige Geest, zeker niet tot Maria of de engelen, nee, als je bidt, richt je dan tot de Vader en zeg: Onze Vader… De Vader is degene die we bidden, aanbidden, vragen en eren. Zoals Yeshua dat ook deed.


Als je verder studeert zie je ook dat Yeshua Zijn gebed niet afsluit met de woorden: “om Jezus’ wil”. Hij deed dat Zelf niet en leerde het ons ook niet.


Het Hogepriesterlijke gebed.


En dan nu ons onderwerp “Bidden voor de volken?” We willen hierbij echt voor ogen houden wat Yeshua zei en deed. En ook wat Hij niet zei en wat Hij niet deed. Het gebed van Yeshua in het Johannes-evangelie is heel wezenlijk, heel belangrijk. De bijbelvertalers hebben dit belang willen aangeven en hebben er een titel boven gezet: Het Hogepriesterlijk gebed (NBG51, HSV, Willibrord en Statenvertaling). Het gebed van DE Hogepriester. En in dat gebed lezen we het volgende:


Johannes 17:9 (HSV) – “…Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, …”.

Yeshua zegt hier in Zijn gebed, dat Hij niet voor de wereld bidt! Maar de wereld, daar valt Nederland toch onder? En Duitsland, Europa, Amerika? En de Palestijnen, de moslims?

En Yeshua zegt dat Hij niet bidt niet voor Nederland, België of de Palestijnen. Verbijsterend toch? Wij zijn gewend om wél voor Nederland te bidden en de rest van de wereld. Zoals ik hierboven al schreef, dat is toch gewoon christelijk? Maar als Yeshua, de Messias, de Christus, niet voor de wereld bidt, ís het dan wel “christelijk” als wij toch voor die wereld bidden?


Weet je wat Yeshua wél deed? Hij bad voor hen die de Vader Hem had gegeven (Johannes 17:9). Yeshua spreekt hier over het Joodse volk. Hij was gezonden, alleen tot de verloren schapen van Israël (Mattheus 15:24). Die waren “aan Hem gegeven” en daar bidt Hij voor.


Allebei doen?


Je kunt je afvragen waarom hier een punt van te maken. Je kunt toch voor Israël bidden én voor de volken? We hoeven de volken toch niet uit te sluiten? Dat klinkt natuurlijk heel redelijk. Je zou kunnen zeggen, we hebben toch tijd genoeg om zowel het één als het andere te doen?


Paulus gaat in zijn brief aan de Efeziërs ook in op het gebed. Hij moedigt de Efeziërs aan om de wapenrusting van God aan te doen (Efeziers 6:10-17). En dan zegt hij:


Efeziërs 6:18 (NBG) – “En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen.


Ik heb bewust een paar woorden uit deze tekst onderstreept. Het is de bedoeling dat we altijd (bij elke gelegenheid!), constant (aanhoudend) bidden, niet eventjes, maar volhoudend (met alle volharding). We zijn dus altijd aan het bidden. En voor wie bidden we dan? Paulus kan het niet duidelijker zeggen: voor alle heiligen. Het is de bedoeling dat je altijd (!) bidt voor de heiligen.


Als je daar serieus zaak van maakt, dan heb je dus geen tijd meer om voor het onheilige te bidden. Geen tijd om te bidden voor onheilige regeringen, of voor volken die overduidelijk vijanden van Gods geliefde volk Israël zijn. Nee, je bidt altijd voor de heiligen.


Die heiligen zijn overigens niet per definitie degenen die zonder zonde zijn, het zijn degenen die apart gezet zijn. En in de bijbel lees je dat dat het volk Israël is. Zij zijn door God uitverkoren (Deuteronomium 7:6), een volk anders dan alle andere volken, apart gezet als Zijn volk. De heiligen.


En daarover schrijft Paulus. We worden geacht altijd te bidden voor de heiligen. Helemaal in lijn met wat Yeshua zei en deed. Hij bad voor degenen die Hem gegeven waren, het Joodse volk, de heiligen.


Dus, allebei doen? Bidden voor de wereld én bidden voor Israël? Ik dacht het niet. De bijbel is duidelijk. Bidt altijd voor de heiligen, het Joodse volk. Wees in je gebedsleven niet een navolger van je eigen gevoel of ook niet van tradities, gewoonten en gebedscursussen, maar wees juist in je gebedsleven een navolger van Yeshua.


Gods Woord proclameren


Zoals we weten is bidden niet altijd proclameren, maar proclameren is wel altijd bidden. Veel wachters hebben de goede gewoonte om dagelijks Gods Woord te proclameren. Er staan prachtige beloften voor Israël in de bijbel en het is een voorrecht om die beloften luidkeels te proclameren en God te herinneren (Jesaja 62:6) aan Zijn beloften.


Maar er zijn nog meer teksten en die zijn van een heel andere orde. Dat zijn de teksten die gericht zijn tegen de vijanden van Israël. De bijbel laat er geen twijfel over bestaan hoe God denkt over die vijanden. De vijanden van Israël zijn in de eerste plaats Gods vijanden.


Psalm 83:2-6 (NBG) – “O God, houd U niet stil, zwijg niet en blijf niet werkeloos, o God. Want zie, Uw vijanden tieren, Uw haters steken het hoofd op; zij smeden een listige aanslag tegen Uw volk en beraadslagen tegen Uw beschermelingen. Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht. Want zij hebben eensgezind beraadslaagd, tegen U een verbond gesloten:”


Wanneer wij dat helder hebben, dan kijken we opeens ook met andere ogen naar volken en regeringen. Als zij zich als vijanden opstellen tegenover de Joden, dan zijn het Gods vijanden.


En voor die vijanden, de Jodenhaters en antisemieten, bidden we niet. We proclameren Gods Woord over hen. En dat is niet mis. Daar zijn teksten bij die we slechts met moeite over onze lippen kunnen krijgen, maar het zijn wel de woorden die God Zelf gegeven heeft.


Psalm 83:10-11,14-16 (NBG) – “Doe hun als Midjan, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison, die bij Endor vernietigd werden, tot mest werden voor het land … mijn God, maak hen als een werveldistel, als kaf voor de wind. Gelijk een vuur dat het woud verbrandt, gelijk een vlam die de bergen in laaiende gloed zet, vervolg hen zó met uw storm, verschrik hen met uw wervelwind;”.


Psalm 59:6,14 (NBG) – “Gij, Here, God der heerscharen, God van Israël, ontwaak om al de heidenen te straffen, heb geen genade voor alle ongerechtige verraders … Vernietig hen in grimmigheid, vernietig hen, zodat zij niet meer zijn; opdat zij gewaarworden, dat God heerst in Jakob, tot aan de einden der aarde.”


Zoals gezegd, deze teksten zijn niet gemakkelijk om te proclameren. Integendeel. En dat moet ook zo zijn. Als we die teksten lichtzinnig, overmoedig of met arrogantie zouden proclameren over de volken dan moeten we heel snel onze mond houden. Dit soort teksten kunnen we niet in eigen kracht of gezag proclameren. Dit kan alleen maar in de autoriteit die we ontvangen door Yeshua. Onze houding moet overeenstemmen met de woorden uit de psalmen:


Psalmen 149:1,6a (NBG) – “Halleluja, Zingt de Here een nieuw lied, Zijn lof in de gemeente der vromen … Laten de vromen juichen met eerbetoon, jubelen op hun legersteden. De lof verheffingen Gods zijn in hun keel…”


Allereerst gaat het om Gods eer, om Hem de lof te brengen. En dan pas kunnen we ook de rest van die psalm toelaten in ons leven:


Psalmen 149:6b-9 (NBG) – “… een tweesnijdend zwaard is in hun hand (Gods Woord) om wraak te oefenen aan de volken, bestraffingen aan de natiën; om hun koningen met ketenen te binden en hun edelen met ijzeren boeien; om het beschreven vonnis aan hen te voltrekken. Dat is de luister van al zijn gunstgenoten. Halleluja.”


We proclameren dan ook niet als oorlogshitsers, of arrogante betweters, maar vanuit een oprechte nederigheid. Alleen dan kunnen we onze plek innemen en Vader herinneren aan AL Zijn beloften, zowel de zegeningen voor Zijn volk Israël als ook het oordeel over de volken.


Jesaja 62:6-7 (NBG) – “Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen. Gij, die de Here indachtig maakt (die de Here herinnert), gunt u geen rust. En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde.”.


Shalom uit Jeruzalem!


Albert de Hoop, mei 2021


549 keer bekeken1 reactie