© 2019 by Wachters.nu |  Voorwaarden  |   Privacyverklaring

  • Bas van Twist

DE VIJGENBOOM

Als God over Zijn volk spreekt, doet Hij dat vaak in beelden. Zo vergelijk Hij Zijn volk bijvoorbeeld met een wijnrank, een vijgenboom (Jeremia 8:13; Hosea 9:10; Joël 1:7) en een olijfboom (Jeremia 11:16; Hosea 14:7).


Ook Jeshua spreekt in dergelijke beelden. In Mattheüs 13:34 lezen we dat Hij tegen de menigte zelfs uitsluitend in gelijkenissen spreekt, zoals Asaf al over Hem profeteerde:


Psalm 78:2 (EV) – Ik open Mijn mond in gelijkenissen, verkondig wat verborgen was sinds mensenheugenis.


En hoewel de discipelen wel ogen hadden om te zien en oren om te horen (Mattheüs 13:11, 16), begrepen zij ook niet alles direct wat Jeshua hen leerde. Pas later werd hen door de heilige Geest alles duidelijk gemaakt en in herinnering gebracht wat Jeshua hen had gezegd (Johannes 14:26). Zo zal het ongetwijfeld ook gegaan zijn met wat Jeshua hen verteld heeft over de vijgenboom.


Wanneer Jeshua, kort voor Zijn gevangneming, onderweg is van Bethanië naar Jeruzalem, krijgt Hij honger. Als Hij een stukje verderop een vijgenboom ziet staan, loopt Hij daarnaartoe in de hoop wat vijgen te vinden. Maar als Hij bij de boom aankomt vindt Hij daaraan geen vruchten. Het is namelijk nog niet de tijd van de vijgen, verduidelijken de evangelisten. Toch lijkt dat voor Jeshua niet uit te maken, want Hij veroordeelt de boom met de woorden:


Marcus 11:14 (EV) – Voor een verborgen tijd zal er niemand vruchten van jou eten!


Als ze de volgende morgen weer langs de boom komen, wijst Petrus Jeshua erop dat de boom, die Hij veroordeeld had, helemaal verdord is. Maar Jeshua’s reactie is even kort als veelzeggend:


Marcus 11:22 – Heb vertrouwen in God!


Petrus dacht namelijk, zoals ieder ander, dat de boom voorgoed was afgeschreven. Maar Jeshua laat hem weten dat voor God niets onmogelijk is (Jeremia 32:17; Lucas 1:37) en dat, als de Vader dat wil, ook deze verdorde vijgenboom weer zal uitbotten en bloeien en volop vruchten zal dragen.


En zó zou het Israël vergaan: voor een verborgen tijd* – en niet voor eeuwig, zoals de meeste vertalingen het ten onrechte voorstellen – zou Israël zijn als die verdorde vijgenboom. Maar daarna zou Israël weer uitbotten en bloeien en volop vrucht dragen, zoals God vele malen had beloofd bij monde van Zijn profeten.


Jesaja 27:6 – De tijd zal komen dat Jacob zal wortelen, dat Israël zal uitbotten en bloeien. En de vruchten van zijn oogst zullen de hele aardbodem bedekken.


Hosea 14:5-7 – Ik genees hen van hun ontrouw, Mijn ​hart​ gaat naar hen uit. Mijn toorn heb Ik laten varen. Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Het zal bloeien als een lelie, wortelen als een ​ceder​ op de Libanon; zijn jonge loten zullen uitlopen. Het zal als een prachtige olijfboom pronken en geuren als de ceders op de Libanon.


Als Jeshua enkele dagen later met Petrus, Jacobus, Johannes en Andreas op de Olijfberg zit, vertelt Hij hen dat ze aan de vooravond staan van een tijd van enorme verschrikkingen, maar dat daaraan een einde zal komen wanneer de Mensenzoon terugkomt. En in die context refereert Jeshua aan het voorval met de vijgenboom enkele dagen daarvoor:


Marcus 13:28-30 (NBV/EV) – Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is. Ik verzeker jullie dat deze generatie in geen geval is verdwenen voordat dit alles zal hebben plaatsgevonden.


Met andere woorden: van de generatie, die op 14 mei 1948 getuige was van het uitlopen van de vijgenboom, zullen er nog in leven zijn op het moment dat Jeshua, bekleed met macht en grote luister, zal wederkomen. En dat moment kan niet ver meer weg zijn, zeker niet nu de Vader heeft beloofd dat, wanneer de tijd (dat de takken gaan uitlopen) is gekomen, Hij alles met spoed zal volvoeren (Jesaja 60:22).


Bas van Twist, december 2019


*Het Griekse woord αἰῶνα (aiona, afgeleid van aion) ziet namelijk, net als het Hebreeuwse woord עלם (olam, afgeleid van alam, wat 'verbergen' betekent) op een verborgen periode en niet op een oneindige of eeuwige tijd. Aan een aion komt een eind, wanneer de door God vastgestelde tijd erop zit.

252 keer bekeken