"JULLIE DODEN ZULLEN HERLEVEN"

Bijgewerkt op: okt 2


Ongeloof


Verbijsterd en vol ongeloof waren de twee vrienden op de Olijfberg gaan zitten, vlakbij de plaats waar ze vaak hadden zitten luisteren naar hun Meester. Ze konden nog steeds niet bevatten wat er de afgelopen dagen was gebeurd en wat ze vandaag allemaal hadden gehoord.


Hun Meester was door de Romeinen als een misdadiger gekruisigd. Nota bene hun eigen hogepriesters en leiders hadden de Romeinse bezetters weten over te halen om Hem te veroordelen tot de executiepaal. Hoe hadden ze dat ooit kunnen doen? Hun Meester had alleen maar goed gedaan! Hij was een machtige profeet gebleken, in woord en daad, zowel in de ogen van God als in die van het volk [Lucas 24:19-21].


Hij had over het komende Koninkrijk van God gesproken op een manier, zoals ze dat nooit eerder hadden gehoord. Hun Meester sprak niet zoals de Schriftgeleerden, maar als Iemand met gezag [Marcus 1:22], als Iemand die namens de Vader sprak.


Ook waren ze getuigen geweest van vele wonderen die Hij had gedaan. Ze hadden met eigen ogen gezien hoe Hij de zieken genas die ze bij Hem brachten. Hun Meester deed precies wat God had beloofd bij monde van de profeten, wanneer de Messías zou komen [Jesaja 35:5-6]. Hun Meester had zelfs enkele doden opgewekt [Lucas 8:49-56, 7:11-17; Johannes 11:38-44], zoals ooit Elia en Elisa hadden gedaan [1 Koningen 17:17-24; 2 Koningen 4:18-37].


Ze waren er dan ook van overtuigd dat Hij de Messías was die God het volk had beloofd. Maar die zekerheid hadden de Romeinen drie dagen geleden weggenomen toen ze hun Meester kruisigden.


Maar vandaag was hun verwarring nog groter geworden. Enkele vrouwen uit hun midden hadden namelijk verteld dat Zijn graf leeg was en dat ze engelen hadden gezien. Die hadden hun gezegd dat Hij leeft. Enkele vrienden waren toen naar het graf gegaan en hadden inderdaad Zijn graf leeg aangetroffen, maar hun Meester hadden ze niet gezien.


Maar dat was niet alles, want één van de leerlingen had hen zojuist verteld dat niet alleen hun Meester, maar ook nog anderen uit de dood waren opgewekt. Mensen die tijdens hun leven leerling waren geweest van Hem. Ze zouden drie dagen geleden tot leven zijn gewekt, omstreeks de tijd dat de aarde beefde en de rotsen spleten en het aardedonker was geworden in het hele land vanwege een plotselinge zonsverduistering. En vandaag waren zij aan velen van hen verschenen [Mattheüs 27:52-53].


Met een aantal vrienden hadden ze afgesproken op deze plek. Ze moesten delen wat ze hadden gehoord: dat hun Meester uit de dood was opgestaan, dat Hij leeft. En dat, met Hem, ook anderen uit hun graven waren gekomen. Eén ding stond wel vast: wat er vandaag was gebeurd, zou hun kijk op het leven en de dood voorgoed veranderen.



Verwondering


Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe groot de verwondering en blijdschap geweest moet zijn bij de geliefden, de familieleden en de vrienden, die door de dood van elkaar waren gescheiden, maar plots weer oog in oog met elkaar stonden, ineens weer herenigd waren. Wat een vragen zullen er zijn gesteld aan hen die uit de dood waren opgewekt. Veel meer dan er beantwoord konden worden.


Je zou denken dat alle evangelisten wel uitgebreid over deze uitzonderlijke gebeurtenis zouden hebben geschreven. Maar dat is niet zo. Alleen Mattheüs vermeldt het kort. Waarom zouden de anderen daarover niets hebben geschreven? Vonden ze het niet belangrijk genoeg? We weten het niet, maar ik zou me kunnen voorstellen dat Marcus, Lucas en Johannes er niets over hebben geschreven omdat ze in hun evangelie enkel en alleen de aandacht gericht wilden houden op het grootste en belangrijkste wonder: de dood en opstanding van Jeshua! Om het met de woorden van Petrus te zeggen:


1 Petrus 2:24Hij heeft in Zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. (…)


Want door Zijn overwinning op de dood kan Jeshua het eeuwige leven schenken aan alle mensen die in Hem geloven, aan iedereen die de Vader Hem heeft toevertrouwd [Johannes 11:25-26, 17:2-3; Hosea 6:1-3].


Betrouwbaar


De overwinning van Jeshua op de dood toont niet alleen Zijn macht – de macht die Hij van de Vader heeft gekregen –, maar bewijst ook de betrouwbaarheid van alles wat Hij heeft gezegd. Want precies zoals Jeshua had voorzegd, werd Hij uitgeleverd en gedood, maar stond Hij op de derde dag uit de dood op [Marcus 9:31].


Maar het bewijst ook de eenheid en betrouwbaarheid van Gods Woord. Want al eeuwen vóór Jeshua’s opstanding uit de dood, getuigden de psalmen van dit wonder [Psalm 16:10-11, 49:16, 86:13].


Psalm 30:4 – HEER, U trok Mij uit het dodenrijk omhoog, Ik daalde af in het graf, maar U hield Mij in leven.


Overwinning


De opstanding van de “gestorven heiligen”, waarover dus alleen Mattheüs schrijft [Mattheüs 27:52-53], is niet dezelfde opstanding als die van Jeshua. Want de gestorven heiligen zijn uiteindelijk opnieuw gestorven, net zoals het dochtertje van Jaïrus, de jongen uit Naïn en Lazarus weer zijn gestorven, nadat Jeshua hen uit de dood had opgewekt. Zij allen hadden, na hun opstanding, namelijk nog steeds een sterfelijk lichaam en hadden nog niet, zoals Jeshua, een onvergankelijk lichaam gekregen. Maar hun opstanding is een verwijzing naar wat nog komt, naar iets dat nog spectaculairder is.


Johannes 5:25 Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie Hem horen, zullen leven.


Want straks bij Zijn wederkomst, zal Jeshua, de Zoon van God, aan ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven schenken. Zij zullen een onvergankelijk lichaam krijgen en niet (meer) sterven en nooit meer ziek worden [Lucas 20:36; Jesaja 33:24].


Johannes 11:25-26Maar Jeshua zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven (…).’


De opstanding van de gestorven heiligen mag dus gezien worden als een bevestiging dat Jeshua de overwinning op de dood heeft behaald, als een verzekering dat Hij de duivel, “de heerser over de dood,” heeft onttroond, als een bekrachtiging dat Hij “de heerser van deze wereld” heeft uitgebannen [Johannes 12:31; Hebreeën 2:14].


De dood, “het loon van de zonde[Romeinen 6:23], heeft niet langer het laatste woord, omdat Jeshua aan het kruishout de zonde heeft weggenomen en met Zijn opstanding de dood heeft vernietigd [Johannes 1:29; 2 Timoteüs 1:10]. Daarvoor had de Vader de Zoon naar de wereld gezonden en heeft Hij Hem bekleed met alle macht in de hemel en op de aarde [Mattheüs 28:18].


Johannes 6:39-40 – Dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft: dat Ik niemand van wie Hij Mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat Ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil Mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat Ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.


Volbracht


Jeshua is gekomen en heeft het werk volbracht dat de Vader Hem had opgedragen [Johannes 17:4]. Dat bewijst Zijn overwinning op de dood en op de duivel, en dat bewijst de opstanding van de gestorven heiligen. Het mag voor allen die geloven een teken zijn van de Vader, dat Hij de wereld zo lief had “dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft[Johannes 3:14-16]. Zoals ook de opwekking van Lazarus een teken van Gods liefdevolle grootheid was.


Johannes 11:39-45 – Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ (…) Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. U verhoort Mij altijd, dat weet Ik, maar Ik zeg dit ter wille van al die mensen hier, opdat ze zullen geloven dat U Mij gezonden hebt.’ Daarna riep Hij: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. (…) Veel Judeeërs die naar Maria toe gekomen waren en gezien hadden wat Jeshua deed, kwamen tot geloof in Hem.


Voorafschaduwing


In zijn brief aan de Korintiërs gaat Paulus hier verder op in en legt hij uit dat “wij door de Messías allen levend worden gemaakt. Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: de Messías als eerste en daarna, wanneer Hij wederkomt, zij die Hem toebehoren[1 Korintiërs 15:22-23].


De opwekking van de gestorven heiligen is een voorafschaduwing van de opstanding van de doden op de laatste dag, wanneer Jeshua met grote macht en majesteit wederkomt. Opnieuw zal dan de aarde beven en zal het overal donker zijn [Mattheüs 24:29-30; Sefanja 1:15]. Dan zal ineens het alarmerende geluid weerklinken van een sjofar, als een teken aan de engelen die Jeshua omringen, om uit te zwenken naar plaatsen ver weg en dichtbij om Gods uitverkorenen te verzamelen [Mattheüs 24:31]. Als eerste de doden die Hem toebehoren en daarna wij, die nog in leven zijn [Ezechiël 37:12; Johannes 6:39-40; 1 Tessalonicenzen 4:16-17].


Dan zal blijken dat de God van Abraham, Izaäk en Jacob geen God is van doden, maar van levenden [Psalm 22:30; Mattheüs 22:32]. Het zal het spectaculaire moment zijn waarvan de profeten eeuwen geleden al mochten getuigen.


Jesaja 26:19 – Jullie doden zullen herleven, de lijken opstaan. Ontwaak, jullie daar in het stof, en jubel! Uw dauw is een levenwekkende dauw, de aarde brengt haar schimmen weer tot leven.


Vader, ik herinner U aan Uw beloften! Vervul ze met spoed in onze dagen!


Bas van Twist, april 2021


1,934 keer bekeken3 reacties