Gods liefde, barmhartigheid

Is Efraïm niet mijn geliefde zoon, is hij niet mijn oogappel? Tel-
kens als Ik over hem spreek rijst zijn beeld in Mij op, dan raak
Ik diep bewogen. Ik móet Mij over hem ontfermen - spreekt de
HEER.

Jeremia 31:20

Toen Israël nog een kind was, had Ik het lief; uit Egypte heb Ik
mijn zoon weggeroepen. Hoe harder ze geroepen werden, hoe
meer ze hun eigen weg gingen. Ze brachten offers aan de Baäls en
brandden wierook voor godenbeelden ­ terwijl Ik het toch was
die Efraïm leerde lopen en hem op mijn arm nam.
Maar zij beseften niet dat Ik hen verzorgde. Zacht leidde Ik hen
bij de teugels, aan koorden van liefde trok Ik hen mee; Ik ver-
loste hen van het juk om hen te laten eten, Ik hield hun het voer
zelfs nog voor... Ach Efraïm, hoe zou Ik je ooit kunnen prijsge-
ven? Hoe zou Ik je kunnen uitleveren, Israël? Zou Ik je prijsge-
ven als Adma, je laten ondergaan als Seboïm? mijn hart wordt
verscheurd, door barmhartigheid word Ik bewogen.
Ik zal mijn toorn laten varen en Efraïm niet opnieuw te gronde
richten. Want God ben Ik, en geen mens, Ik ben in jullie midden,
Ik ben heilig, Ik zal niet meer in woede ontsteken.
Hosea 11:1-4,8,9

En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in geJubel om
de HEER, jullie God, want Hij geeft regen om je te verkwikken,
Hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en
late regen, elk op de juiste tijd. De dorsvloeren liggen weer vol
met graan, de perskuipen lopen over van wijn en olie.
Ik zal jullie schadeloosstellen voor de oogst van jaren die door al
die zwermen sprinkhanen is opgevreten, door mijn grote leger,
dat Ik op jullie had afgestuurd. Je zult weer volop te eten heb-
ben, meer dan genoeg, en je zult de naam van de HEER, je God,
prijzen, want Ik heb wonderbaarlijk met jullie gehandeld; nooit
zal mijn volk weer te schande gemaakt worden.
Dan zullen jullie inzien dat Ik in Israëls midden ben, dat alleen
Ik, de HEER, jullie God ben; nooit zal mijn volk weer te schande
gemaakt worden.

Joël 2:23-27

Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je
hart, vrouwe Jeruzalem! De HEER heeft het vonnis over jou
tenietgedaan en je vijand verdreven. De HEER, de koning van
Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen. Op
die (deze) dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: `Wees niet bang,
Sion! Laat de moed niet zinken!' De HEER, je God, zal in je mid-
den zijn, Hij is de held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal Hij
zwijgen, in zijn vreugde zal Hij over je jubelen. Alle treurenden
zal Ik bijeenbrengen, verzamelen wie op je feesten moesten ont-
breken. Hun vernedering drukte zwaar op de stad. In die (deze)
tijd zal Ik afrekenen met je verdrukkers, de kreupelen zal Ik red-
den, de verstrooiden bijeenbrengen. En hen die in de hele wereld
werden veracht zal Ik met eer en roem overladen.
In die (deze) tijd breng Ik jullie terug. Ik zal jullie verzamelen,
je zult met eer en roem overladen worden door alle volken op
aarde. Met eigen ogen zullen jullie zien hoe Ik je lot ten goede
keer ­ zegt de HEER.

Sefanja 3:14-20

© 2019 by Wachters.nu |  Voorwaarden  |   Privacyverklaring