© 2019 by Wachters.nu |  Voorwaarden  |   Privacyverklaring

  • Admin

STRUIKELBLOKKEN (2)

Bijgewerkt: feb 8

Albert de Hoop, januari 2020


Dit is een vervolg in de serie STRUIKELBLOKKEN, voor deel 1, klik hier


Wie is de bruid?


Eén van de eerste moeilijkheden, struikelblokken, waar mensen over kunnen vallen als ze meegaan met een proclamatiewandeling, is de bewering dat wij, christenen, niet de bruid zouden zijn. Direct in het begin van de wandeling lezen we namelijk veelal Jesaja 62. En daarin zegt God dat Israël genoemd zal worden: gehuwde, of in een andere vertaling: Mijn Bruid.


Jesaja 62:4 (NBG) – Men zal u niet meer noemen: Verlatene, en men zal uw land niet meer noemen: Woestenij; maar gij zult genoemd worden: Mijn Welgevallen, en uw land: Gehuwde.


Bij het lezen van dit gedeelte kan ik niet nalaten dit nog een keer te onderstrepen: Israël is de Bruid! En niet “de Kerk” of “het Christendom”. De Bruid heeft een naam en die naam is Israël. Sommigen vinden dit zo lastig dat ze niet verder willen horen en besluiten hun ochtend op hun eigen manier in te vullen, en dat houdt in: zonder ons.


De moeilijkheid die mensen ondervinden bij deze bewering en dit Bijbelgedeelte, komt voort uit de diepgewortelde overtuiging dat wij, gelovigen, de bruid zijn. Liederen die we zingen hebben daaraan meegeholpen. Denk bijvoorbeeld aan lied 769 uit de Johannes de Heer-bundel met het refrein: ”Welk een uitzicht Bruidsgemeente! Eeuwig Hem ten eigendom”. Ook lied 520 uit Opwekkingsliederen wekt de indruk dat we de bruid dichter bij huis moeten zoeken dan bij Israël.


Mooie liederen, maar hoe terecht is het om de Kerk of onszelf als Bruid te zien? Het is altijd belangrijk om voor alles de Bijbel te laten spreken. In dit geval is de profeet Hosea heel duidelijk over dit onderwerp. Of beter gezegd, God is heel duidelijk over dit onderwerp als we Zijn woorden in het boek van de profeet Hosea lezen.


Hosea 2:13-14 (NBG) – Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart. Ik zal haar aldaar haar wijngaarden geven, en het dal Achor maken tot een deur der hoop. Dan zal zij daar zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dage toen zij trok uit Egypte.


Hier wordt gesproken over “haar” en als je je mocht afvragen wie deze “haar” is dan wordt het antwoord gegeven aan het eind van vers 14: (…) "toen zij trok uit Egypte". Het is duidelijk dat dit zeker niet de Kerk is, maar dat hier gesproken wordt over Israël.


Hosea-2:15 (NBG) – En het zal te dien dage geschieden, luidt het woord des HEREN, dat gij Mij noemen zult: mijn man, en niet meer: mijn Baäl.


Israël zal God niet meer als een Baäl, als een meester aanspreken, maar als echtgenoot: mijn Man. En in de volgende verzen belooft God wat Hij zal doen aan Israël en voor Israël.


Hosea 2:16-17 (NBG) – Ik zal de namen van de Baäls verwijderen uit haar mond; hun naam zal niet meer genoemd worden. Te dien dage zal Ik voor hen een verbond sluiten met het gedierte des velds, het gevogelte des hemels en het kruipend gedierte der aarde. Dan zal Ik boog en zwaard en oorlogstuig in het land verbreken, en hen veilig doen wonen.



Belofte aan Israël


En dan, dan spreekt God een geweldige belofte uit aan Israël. Een belofte die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.


Hosea 2:18-19 (NBG) – Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de HERE kennen.


Als God hier belooft dat Hij Israël tot Zijn bruid zal maken en daarbij zegt dat dat voor eeuwig is, durft iemand dan nog te beweren dat dat iets is uit het Oude Testament en dat dat met de komst van Yeshua allemaal veranderd is? Eeuwig stopte niet 2000 jaar geleden, toen Yeshua op aarde kwam. Eeuwig is eeuwig. En deze belofte is vandaag dus nog steeds geldig: Israël is de Bruid.


Naast deze woorden bij Hosea is er ook een bijna onopvallende tekst bij Jesaja. Een heel klein zinnetje, waar gemakkelijk overheen gelezen kan worden.


Jesaja 54:5 (NBG) – Want uw man is uw Maker, HERE der heerscharen is Zijn naam; en uw losser is de Heilige Israëls, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden.


Jouw man is je Maker. Je echtgenoot. Als Israël een echtgenoot heeft, dan moeten we beseffen dat zij ook bruid is. Zonder bruid te zijn kun je geen echtgenoot hebben.


Eén van de medewandelaars had duidelijk moeite met deze teksten. Op deze manier kreeg Israël wel een heel exclusieve plaats. En hij merkte toen op dat God toch van alle mensen evenveel houdt. God houdt van Israël, maar toch ook net zoveel van Nederland?


Het klinkt heel aannemelijk als je dit hoort, maar ook nu weer: wat zegt de Bijbel? Houdt God evenveel van het ene volk als van het andere volk? God is heel duidelijk geweest over Zijn keuze voor Israël. En ook over Zijn reden om Israël te verkiezen boven andere volken.


Deuteronomium 7:6-8 (NBG) – Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om Zijn eigen volk te zijn. Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte.


In deze verzen hoor je Gods keuze, maar ook Zijn kwetsbaarheid: Ik heb jou, Israël, gekozen omdat ik je liefheb, omdat ik van je houd. Dat is dus de reden. God houdt van Israël. En laten we eerlijk zijn, we weten allemaal dat als een man gekozen heeft voor een vrouw, dat je dan niet aan kunt komen met de vraag: hoezo deze vrouw? Het antwoord dat je daarop normaal gesproken zou krijgen is: ik houd van haar. Einde discussie. Als een man van een vrouw houdt, kun je niet gaan argumenteren over zijn redenen. Hij houdt van haar. En dat is dus ook wat God zegt: Ik houd van Israël.


Stel je toch voor dat een man zijn liefde verklaard heeft aan zijn vrouw, ze zijn gelukkig getrouwd en een paar weken na de bruiloft zegt de man tegen zijn vrouw: ja, ik houd van jou, maar ik houd net zoveel van de buurvrouw. Om vervolgens zijn vrienden op te zoeken en hun dit ook mee te delen. De verbijstering zou bij iedereen toeslaan. Dit kan niet waar zijn.


En zouden wij dan wel willen dat God zo zou zijn? Dat Hij eerst Zijn liefde en eeuwige trouw aan Israël verklaart, om vervolgens te beweren dat Hij net zo veel van de Arabieren, de Belgen en de Nederlanders houdt? Dat kunnen we niet staande houden. En dat is dan ook niet Bijbels. God houdt niet net zoveel van andere volken als van Israël.


Hij houdt zielsveel van Israël, of zoals de NBV het zo mooi zegt:


Zacharia 1:14 (…) Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Brandend van liefde neem Ik het op voor Jeruzalem en Sion.


Zacharia 8:2 – Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik brand van liefde voor Sion; met vurige liefde neem Ik het op voor Jeruzalem.


Het is goed om bij dit alles dan ook te zien wat er geschreven staat over Gods gedachten over de volken. Komen ze ook maar een klein beetje in de buurt van Zijn liefde voor Israël?


Jesaja 40:17 (NBV) – De volken betekenen niets in Zijn ogen, voor Hem zijn ze minder dan niets.


Dat God ondanks dit grote verschil dat Hij maakt tussen Israël en de volken, toch nog oog heeft voor ons, de gelovigen uit volken, is dus pure genade. Een cadeau, dat onvoorstelbaar groot is.


De stad en het land


In het beeld van de Bruid wil ik ten slotte nog wijzen op de eenheid van het volk van Israël, met het land Israël en met de stad Jeruzalem. Hierboven zagen we al dat God uitspreekt dat Zijn volk Zijn bruid is. En in Jesaja 62:4 (NBV) wordt het land Israël aangezegd dat zij “Mijn Bruid” genoemd zal worden.


Een bijbelgedeelte dat we nog niet genoemd hebben vinden we in Openbaring.


Openbaring 21:9-10 (NBG) – En er kwam een van de zeven engelen (…), en hij sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams. En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid die voor haar man versierd is.


Hier vinden we de stad Jeruzalem als de Bruid. Dus zowel het volk, het land als de stad zijn alle drie de bruid. En deze drie worden elk afzonderlijk in de Bijbel aangeduid met de naam: Sion. Lees maar mee.


Het volk Israël:


Jesaja 51:16 (NBG) – Ik heb Mijn woorden in uw mond gelegd en met de schaduw Mijner hand heb Ik u bedekt, Ik, die de hemel uitspan en de aarde grondvest en tot Sion zeg: Gij zijt Mijn volk.


Het land Israël:


Jesaja 66:8 (NBG) – Wie heeft zo iets gehoord, wie heeft iets dergelijks gezien? Wordt een land op één dag voortgebracht of een volk op eenmaal geboren? Maar Sion heeft nauwelijks barensweeën gekregen, of zij baarde haar kinderen.


De stad Jeruzalem:


Jesaja 52:1 (NBG) – Waak op, waak op, bekleed u met sterkte, Sion; bekleed u met uw pronkgewaden, Jeruzalem, heilige stad (…).


En zoals we al gelezen hebben zegt God Zelf: "Brandend van liefde neem Ik het op voor Jeruzalem en Sion." Misschien komen we nog wel zover dat we zeggen: de naam van de Bruid is Sion.


Shalom vanuit Jeruzalem!


Volgend deel: Struikelblokken (3): Heel Israël gered!

191 keer bekeken