‘ZIJN BELONING GAAT VÓÓR HEM UIT’

Bijgewerkt op: 25 okt.



Is er ooit een tijd geweest waarin zoveel profetieën tegelijk in vervulling zijn gegaan als in onze dagen? Zijn wij soms die laatste generatie waarvoor dat alles is opgeschreven?


Als we letten op de tekenen die aan de wederkomst van Jeshua voorafgaan, dan kunnen we deze vragen moeilijk nog ontkennend beantwoorden, want we horen aanhoudend van onlusten, oorlogen, hongersnoden, natuurrampen en van radeloze angst onder de mensen [Lucas 21:7-11], terwijl de leiders en machthebbers in de wereld ondertussen druk doende zijn met het vormen van een global governance [Openbaring 13:7-11].


Maar natuurlijk is er ook de massale terugkeer van het Joodse volk naar het weer opgebouwde Eretz-Israël [Jeremia 31:9-12].


Voorschot


In de Bijbel lezen we meermaals dat wanneer de Mensenzoon, in gezelschap van Zijn engelen en bekleed met de stralende luister van Zijn Vader, terugkomt [Mattheüs 16:27], Hij Zijn loon bij zich heeft. Maar Jesaja voorzegt daarnaast, tot tweemaal toe zelfs, dat Zijn beloning vóór Hem uitgaat.


Jesaja 62:11Je redder komt! Zijn loon heeft Hij bij zich, Zijn beloning gaat vóór Hem uit.


Het Hebreeuwse woord פְּעֻלָּה (pèh-o-la), wordt in de NBV vertaald met beloning en in de NBG met vergelding. Beide vertalingen zijn juist, want het woord ziet zowel op vergoeding, compensatie en eerherstel als op straf, wraak en vergelding. Het kan dus gaan om een beloning voor een goede prestatie, een compensatie voor aangedaan onrecht of een straf voor een gepleegde misdaad. De beloning die vóór Hem uitgaat is als het ware een voorschot, een vooruitbetaling, op het loon dat Jeshua bij zich heeft als Hij wederkomt.


Ontferming als voorschot


Voor Israël is die vooruitbetaling zichtbaar geworden toen de Vader, na bijna tweeduizend jaar ellende, rampspoed en geweld, een keer bracht in het lot van Zijn volk, toen Hij opstond om zich over Sion te ontfermen en Hij zich niet langer meer verborg voor Zijn volk [Jeremia 30:3; Psalm 102:14].


Jesaja 54:8 – Ik verborg Mijn gezicht voor je in laaiende toorn, één ogenblik lang, maar Ik zal Me weer over je ontfermen met eeuwigdurende liefde, zegt de HEER, die je vrijkoopt.


Zichtbaar was dat in mei 1948, toen de staat Israël werd geproclameerd, drie jaar nadat er een einde was gekomen aan de grootste misdaad aller tijden [Daniël 12:7].


Hoewel er in Israël en daarbuiten nog velen zijn die dagelijks de pijn voelen van de verschrikkingen van de Holocaust, ervaart Israël sinds 1948 Gods zegen in de vorm van herstel van het land en de terugkeer van het Joodse volk. De Vader ziet weer welwillend om naar Zijn volk. Met hart en ziel bouwt Hij hen weer op, om hen nooit meer af te breken, plant Hij hen terug in hun grond om hen nooit meer uit te rukken [Jeremia 24:6, 29:14, 32:37-41; Ezechiël 20:41; Micha 2:12].


Sinds 1948 herrijzen de steden uit de as, worden de paleizen hersteld in hun oude pracht en worden de puinhopen weer opgebouwd [Jeremia 30:18; Ezechiël 36:33; Amos 9:14]. Israël is weer vol met mensen en dieren en het land bloeit als een lelie, wortelt als een ceder op de Libanon. Er worden wijngaarden geplant en tuinen aangelegd, terwijl het volk weer overvloedig wordt voorzien van koren, wijn en olie. Ook de vijgenboom en de granaatappel dragen weer volop vrucht [Jeremia 31:27; Hosea 14:6; Joël 2:19; Amos 9:15; Haggai 2:19; Zacharia 8:12].


Verder gaf God, de HEER, Zijn volk vanaf 1948 telkens de overwinning wanneer zijn wonderbaarlijke wederopstanding door machtige vijanden werd bedreigd [Zacharia 10:6]. De Almachtige liet Zijn heilige arm neerkomen op Israëls vijanden, zodat het volk – tegen ieders verwachting in – zegevierde, precies zoals God ook beloofd had bij monde van Zijn profeten [Jesaja 52:10].


Zacharia 10:6 [NBV/EV] – Ik zal het volk van Juda onoverwinnelijk maken en de nakomelingen van Jozef laten zegevieren. Ik ben vol zorg voor hen en zal hen veilig thuisbrengen. Dan zal het weer zijn als voorheen, alsof Ik hen nooit verbannen had, want Ik ben de HEER, hun God, en Ik zal hun gebeden verhoren.


Wat een contrast met de negentien eeuwen daarvoor, toen het volk in elk opzicht alles verloor. Tot de bodem moest het volk de beker van Gods toorn leegdrinken.


Maar na de Shoah heeft God die beker definitief uit Israëls hand genomen: Israël hoeft er nooit meer uit te drinken [Jesaja 51:22], want zijn schuld is voldaan [Jesaja 40:2]. Voor Gods volk is sindsdien de tijd van genade aangebroken [Psalm 102:14].


Vervloeking als voorschot


Maar de heidenvolken, die het Joodse volk de eeuwen door kwelden, zullen nu de beker van Gods toorn moeten drinken [Jesaja 51:23]. Want toen de Vader opstond om zich over Sion te ontfermen, verliet Hij tegelijk ook Zijn woning om de wereld te laten boeten voor zijn misdaden tegen Juda, om het onschuldig vergoten bloed van Zijn volk te wreken [Jesaja 26:21; Joël 4:21].


Jesaja 41:8-9Allen die zich fel tegen je keerden zullen gehoond worden en te schande staan. Zij die jou bestreden worden minder dan niets en gaan te gronde. Zij die jou onderdrukten zijn onvindbaar, je zoekt ze vergeefs. De vijanden die jou bevochten zullen verdwijnen in het niets.


We lezen in Jesaja 24:6 dat aan het einde van de wereldtijden een vloek de aarde zal verslinden. Het woord אָלָה, dat veelal met vloek of vervloeking wordt vertaald, wordt in het Hebreeuws veelzeggend uitgesproken als a-láh. Het is dan ook geen toeval dat uitgerekend de altijd-Israël-vijandige landen nu geconfronteerd worden met het moordend geweld in naam van Allah [Jeremia 46-49]. Voor hen is dát de beloning die vóór Hem uitgaat. Wat ze Gods volk hebben aangedaan, laat Hij nu op hun hoofd neerkomen [Obadja 1:15]. Nu worden zij verslonden, weggevoerd, geplunderd en tot buit gemaakt [Jeremia 30:16].


Maar zou Europa er zoveel beter vanaf komen? Allesbehalve! Niet alleen omdat het aangekondigde oordeel de gehele aarde treft, en dus ook het oude Avondland, maar vooral omdat ons continent zich het meest schuldig heeft gemaakt aan minachting, uitbuiting, vervolging, moord en zelfs genocide op Gods volk. De Vervangingsleer, de Inquisitie, de Kruistochten, de pogroms en de Holocaust zijn immers allemaal van Europese bodem. Met een verleden waaraan zoveel onschuldig Joods bloed kleeft hoeven wij er niet vreemd van staan op te kijken als onze moderne, welvarende samenleving er ineens radicaal anders uit zal zien [Jeremia 50; Openbaring 18].


En denk niet dat Gods oordeel aan ons eigen Nederland voorbijgaat.


Natuurlijk, in ons land vonden duizenden Joden een veilig onderkomen toen ze moesten vluchten voor de Inquisitie – het bracht ons land de Gouden Eeuw.


En ook tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 waren er in ons land tientallen helden die met gevaar voor eigen leven duizenden Joden het leven hebben gered. Maar feit is ook dat in diezelfde jaren er verhoudingsgewijs veel meer Joden om het leven zijn gekomen in ons land dan in de andere, door de nazi’s bezette, landen. Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat dit kon gebeuren omdat de nazi’s in ons (toen nog christelijke) Nederland op veel minder maatschappelijke weerstand stuitten dan in de andere, bezette landen.


De ongeremde toestroom van al die miljoenen migranten uit vooral islamitische landen de afgelopen jaren zou weleens een voorbode kunnen zijn van de vloek die Europa, inclusief Nederland, zal treffen.


Misleiding


De wereldtijden lopen ten einde en de vorsten van de duisternis zijn actiever dan ooit tevoren om de mensen op aarde te misleiden, om ze te vervreemden van de Vader en van de redding die Hij in en door Zijn Zoon heeft gegeven. Niet alleen de apostelen hebben daarvoor herhaalde malen gewaarschuwd [Handelingen 20:31; Kolossenzen 2:8; 2 Thessalonicenzen 2:3; 1 Petrus 5:8], ook Jeshua heeft meerdere keren gemaand waakzaam te blijven en acht te slaan op ‘de dingen die gebeuren gaan[Mattheüs 24:42, 25:13; Lucas 21:34-36].


Maar hoe bestaat het dan toch dat slechts zo weinigen de dingen kunnen duiden die nu gebeuren en dat de overgrote meerderheid – ook van hen die zeggen te geloven – de leugens en misleidingen die aanhoudend over ons worden uitgestort niet herkennen [Lucas 12:56]?


Zou het komen omdat God aan het einde van de wereldtijden Zijn heilige Geest wegneemt van de mens die Hem niet kent of zoekt [2 Thessalonicenzen 2:7; Genesis 6:3; Jesaja 57:15; https://www.wachters.nu/post/de-gewetenloze-mens]? Zonder Gods Geest heeft de mens immers niet de gave te ‘onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is [1 Korintiërs 12:10], zodat hij vatbaar is voor de leugens en de misleidingen van Satan, zeker wanneer hij zich voordoet ‘als een engel des lichts’ of als ‘een lam[2 Korintiërs 11:14; Openbaring 13:11].


In Openbaring 13:7-11 kunnen we lezen dat aan het einde van de wereldtijden de mensen op aarde zich zullen laten misleiden door het beest dat opkomt uit de aarde. Daarmee wordt gedoeld op de leiders en de machtigen van de wereld waarvan Satan bezit heeft genomen. Zij dragen de mensen op aarde op een beeld te maken, waaraan ze volledige gehoorzaamheid verschuldigd zijn. De mensen doen dat, misleid als ze zijn.


Het Griekse woord εἰκών (ì-koon) dat in dit tekstgedeelte wordt vertaald met beeld – wat niet onjuist is –, kan ook vertaald worden met representatie of vertegenwoordiging. En daarmee wordt veel duidelijker wat hier wordt bedoeld. De leiders en machtigen van de wereld zetten de mensen op aarde ertoe aan een vertegenwoordigend lichaam in het leven te roepen, dat namens hen spreekt en waaraan ze gehoorzaam moeten zijn.


Agenda 2030


Doet je dat niet denken aan de Verenigde Naties (VN), de spreekbuis van de volken? En dan vooral de wereldwijde implementatie van de zogeheten Agenda 2030, waarbij alle lidstaten van de Verenigde Naties zich hebben verplicht tot het verwezenlijken van de zeventien zogenaamde duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals) die daarin zijn opgenomen?


Met deze Agenda – die door vele nationale overheden, inclusief de Nederlandse, en vele non-gouvernementele en supranationale organisaties, actief en niet zelden obsessief wordt gepromoot – pretenderen de machtigen en de leiders van de wereld welvaart te verdelen, gelijkheid te bevorderen, vrede te brengen en de planeet voor een klimatologische ramp te behoeden.


Om van deze Agenda een succes te maken is volgens de machtige grondleggers ervan een Grote Herstart (The Great Reset) nodig. Maar daarvoor dient eerst de wereldeconomie te worden ontwricht. En om dat te bereiken worden permanent crisissen gecreëerd en in stand gehouden, zoals dat heden ten dage het geval is. Op de puinhopen die van dit moedwillige afbraakbeleid overblijven zal dan een betere wereld worden opgebouwd (Building Back Better). Maar dan vooral beter voor de heersers en de leiders van deze wereld. Dat hield Jeshua de discipelen al voor.


Mattheüs 20:25Jeshua riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken.


Bestudering van de plannen van Agenda 2030, The Great Reset met zijn Building Back Better-mantra leert echter dat ze onze samenleving in een dystopie zullen veranderen, in een wereld zoals Jesaja die voorzag.


Jesaja 60:2Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties.


Hoewel de volken als ijzer en leem zijn dat zich niet laat verbinden [Daniël 2:43], zorgen deze desastreuze plannen er niettemin voor dat de volken tot op zekere hoogte samen optrekken, want in 2030 dienen al deze plannen, goedschiks of kwaadschiks, in alle landen te zijn geïmplementeerd.


En dat is koren op de molen van Satan, die er alles aan doet om de volken bijeen te krijgen ‘voor de strijd op de grote dag van de almachtige God[Openbaring 16:14-16; Ezechiël 38:8].


Helaas trapt de overgrote meerderheid, ook van de gelovigen, argeloos in de fraaie en welluidende woorden van degenen die achter deze totalitaire agenda zitten en zien ze niet wat deze plannen uiteindelijk zullen aanrichten [Romeinen 16:17-18].


Jesaja 24:4-13De aarde treurt en verwelkt, de wereld verwelkt en kwijnt weg. Ook de groten der aarde kwijnen weg. De aarde is door haar bewoners ontheiligd: zij hebben de voorschriften overtreden, zijn aan de wetten voorbijgegaan en hebben het eeuwig verbond verbroken. Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten; daarom wordt hun aantal zo klein en blijven er nog weinig mensen over. (…) Alle blijdschap is gesmoord, de vreugde van de aardbodem verdwenen. (…) Het zal de aarde en al haar volken vergaan als bij het leegschudden van een olijfboom, als bij het nalezen van een wijngaard.


Maar God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, laat het werk van Zijn handen niet los [Psalm 138:8]. Hij grijpt zelf in om Zijn herstelplan te volvoeren. In Zijn hand liggen immers macht en kracht besloten en niemand kan zich tegen Hem verzetten [2 Kronieken 20:6]. Wat Zijn hand doet, kan door niemand worden ongedaan gemaakt [Jesaja 43:13].


Heilloze plannen


Dat de heidenvolken, in hun verzet tegen Israëls God, verbeten doorgaan op de ingeslagen, heilloze weg, gaat overigens niet buiten Hem om, zo leert de Bijbel.


Jesaja 30:28 – (…) Hij komt de volken opschudden met een bedrieglijke wan, de naties geeft Hij een misleidend bit tussen de kaken.


Het is dus de HEER die de volken opschudt, waardoor ze als kaf in de wind verwaaien of als graankorrels in een gebrekkige wan door de mand vallen [Jesaja 41:15-16]. Hij is het die de naties met hun heilloze plannen op een dwaalspoor brengt, ze als blinden het bos instuurt, als een berijder wiens paard op hol is geslagen [Jesaja 55:9; Openbaring 17:17].


Psalm 33:10-11 [NBV/EV]De HEER doet teniet de plannen van de volken, Hij verijdelt wat de (verenigde) naties beramen. Maar het plan van de HEER houdt eeuwig stand, wat Hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht.


Dat onze westerse beschaving is ondergedompeld in meerdere crisissen en de angst het heeft gewonnen van het gezond verstand vindt zijn oorzaak in het feit dat er geen leiders meer zijn met visie en wijsheid en bovenal ontzag voor de HEER [Spreuken 11:14, 29:18].


Psalm 2:1-3 [NBV/EV] – Waartoe leidt het woeden van de volken, het dwaze gepraat van de naties? Tot niets! De vorsten van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de HEER en Zijn Messías: ‘Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden.’


De rumoerige vergaderingen van de volken van Europa, Amerika en de rest van de wereld, en in het bijzonder wanneer ze samenkomen als Verenigde Naties, zullen tot niets leiden. De plannen die ze maken zullen op een grote deceptie uitlopen, hoe nobel de doelstellingen ook klinken en hoe zelfverzekerd de politieke en bestuurlijke elites hun bedenkelijke plannen ook presenteren.


Psalm 4:3 Machtigen, hoe lang nog maakt u Mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad?


Maar terwijl de wereldmachten en hun bondgenoten menen dat ze hun eigen plannen verwezenlijken, worden hun plannen, zonder dat ze het beseffen, uiteindelijk gebruikt om Gods plannen te volvoeren. Dat geldt in het bijzonder voor de finale afrekening die God in petto heeft voor de heidenvolken die zullen optrekken tegen Jeruzalem.


De voorbereidingen voor die grote dag zijn in volle gang. Voor het volk van Jacob – wier hoop was vervlogen en wier levensdraad was afgesneden [Ezechiël 37:11; Marcus 13:28-30] – is dat, zoals gezegd, zichtbaar in de wederopbouw van het land en de terugkeer van het volk, zoals de Vader hen had beloofd:


Jeremia 29:11 Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: Ik zal je een hoopvolle toekomst geven.


Voor de heidenvolken geldt evenwel het tegenovergestelde:


Jeremia 25:31-32 [NBV/EV] (…) want de HEER klaagt alle volken aan, Hij voert een rechtsgeding tegen al wat leeft. De schuldigen levert Hij uit aan het zwaard – spreekt de HEER. Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Rampen treffen volk na volk, en grote consternatie ontketent zich tot in alle uithoeken van de wereld.


'Ik kom spoedig'


Velen zullen angstig willen wegkruipen voor wat er met de wereld gaat gebeuren. Maar Jeshua zegt juist dat als díe tijd aanbreekt we ons moeten oprichten en ons hoofd moeten heffen, omdat het betekent dat Hij dan spoedig terugkomt [Lucas 21:28; Jesaja 40:10]. Misschien wel sneller dan we denken, want de tijd waar Hij op doelt ís intussen aangebroken!


Openbaring 22:12 – Ik kom spoedig, en heb het loon bij Me om iedereen te belonen naar zijn daden.


Zwijg daarom niet omwille van Sion, maar herinner de Vader zonder ophouden aan Zijn prachtige beloften dat Zijn Koninkrijk zal komen en dat Hij Jeruzalem zal stellen tot een lof op aarde. Want als die tijd aanbreekt zal de redding die Hij heeft beloofd reiken tot aan de einden der aarde [Jesaja 49:6].


Jesaja 40:10 Hij komt met kracht, Zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft Hij bij zich, Zijn beloning gaat vóór Hem uit.


Bas van Twist, oktober 2022


3.721 weergaven2 opmerkingen