• Bas van Twist

HET BEEST EN ZIJN BEELD

Bijgewerkt: aug 14



Profetieën zijn soms moeilijk te begrijpen. Niettemin is het van groot belang om ze voortdurend te bestuderen, zo leert Petrus [2 Petrus 1:19]. Dat lijkt de engel, die Johannes de openbaring over de eindtijd bekend maakt, ook te willen zeggen. Johannes moet die profetie namelijk niet geheim houden, want – zo zegt de engel – de tijd is nabij [Openbaring 22:10].

In deze Bijbelstudie wil ik stilstaan bij één van die profetieën die Johannes te horen en te zien krijgt: de openbaring over een beest dat uit de zee opkomt, over een tweede beest dat uit de aarde oprijst, wiens getal 666 is, en over een beeld dat tot leven wordt gewekt. We lezen daarover in Openbaring 13. Het is een hoofdstuk waar al veel over geschreven en gespeculeerd is en ook ik waag het hierover iets te schrijven, en dan met name over het tweede beest en zijn beeld, maar dan vanuit wachtersperspectief.

In het hoofdstuk hiervoor lezen we dat Satan – die wordt voorgesteld als een grote, vuurrode draak – met zijn engelen op de aarde wordt geworpen. Er is voor hen geen plaats meer in de hemel. Eenmaal op aarde, probeert Satan Gods volk – dat wordt voorgesteld als “een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd” – te vernietigen. Satan wil dat volk, uit wie de Messías is voortgekomen, en hen die “bij het getuigenis van ​Jeshua​ blijven” vernietigen [Openbaring 12:17]. Het hoofdstuk eindigt ermee dat Satan op het strand bij de zee gaat staan, wachtend op zijn handlanger. En daar begint het hoofdstuk dat we in deze studie willen bespreken.

Het beest uit de zee

Johannes ziet een beest oprijzen uit de zee. Het heeft zeven koppen en tien horens en op elke horen een kroon. Op de zeven koppen staan godslasterlijke namen. Het beest lijkt op een panter, maar heeft de poten van een beer en de muil van een leeuw. Van Satan krijgt het de heerschappij en het gezag overgedragen over alle landen en volken. Het beest lastert de Allerhoogste en voert strijdt tegen Zijn volk.

Vijf eeuwen vóór Johannes, kreeg Daniël een vergelijkbaar visioen [Daniël 7]. Toen rezen vier grote dieren op uit de zee, waarvan de eerste op een leeuw leek, de tweede op een beer en de derde op een panter. Het vierde dier, dat met geen enkel dier uit het dierenrijk was te vergelijken, was afschrikwekkend en verslond en vertrapte alles wat op zijn pad kwam. Het had ook tien horens op zijn kop. Daartussen kwam een nieuwe horen op, met ogen en een mond vol grootspraak en godslasteringen. Het kreeg de heerschappij over vele landen en volken en voerde strijd tegen Gods volk.

Daniël krijgt te horen dat die vier grote dieren duiden op vier mogendheden. Het zijn het Babylonische rijk, het rijk van de Meden en de Perzen, het Grieks-Macedonische rijk en het Romeinse rijk, met inbegrip van de rijken die daaruit zijn voortgekomen [zie Daniël, profeet en wachter].

Het beest dat Johannes uit de zee ziet opkomen, heeft alle kenmerken van de vier grote dieren die Daniël uit de zee ziet oprijzen. Het beest staat dan ook voor dezelfde wereldmachten als waar de vier dieren uit het visioen van Daniël voor staan.

In zijn visioen, ziet Daniël hoe het vierde dier wordt gedood omwille van die ene horen. De andere wereldrijken wordt wel hun macht ontnomen, maar zij krijgen nog enige tijd van leven [Daniël 7:11-12].

Met de macht die de wereldbeheersers wordt ontnomen, wordt niet zozeer gedoeld op de macht die ze hadden binnen hun imperium, maar op de macht die ze hadden over Gods volk, voor zolang God dat toestond, voor “één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd” [Daniël 7:25]. Maar uit Daniël 12:7 weten we dat aan die tijd een einde is gekomen toen “de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld” kon worden. Feitelijk was dat op 7 mei 1945, toen nazi-Duitsland, het laatste rijk dat uit het vierde dier is voortgekomen, zich overgaf. Na drie jaar en zeven dagen werd de Joodse Staat geproclameerd, op 14 mei 1948, de dag waarover Jesaja mocht profeteren [Jesaja 66:7]. Het aan één van de koppen dodelijk verwonde beest uit de zee heeft sindsdien geen macht meer over het Joodse volk.

Het beest uit de aarde

Openbaring 13:11 – Toen zag ik een tweede beest, dat opkwam uit de aarde. Het had twee horens, net als een lam, en het sprak als een ​draak.

Om beter te begrijpen om wie het gaat bij het tweede beest, springen we naar het laatste vers van ons hoofdstuk.

Openbaring 13:18 – Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.

Vaak wordt het getal 666 geïnterpreteerd met behulp van een wiskundige benadering van letters, de zogenaamde gematria, die ook in de tijd van Johannes veel werd toegepast. Met gematria worden woorden omgezet in getallen en getallen in woorden, met de bedoeling verborgen verbanden tussen verschillende begrippen te ontdekken. In de Joodse mystiek, de kabbala, wordt gematria toegepast, maar ook in het moderne occultisme. Gematria wordt tevens gebruikt met het Griekse alfabet.

Velen hebben eindeloos de getalswaarde van allerlei namen zitten berekenen om er achter te komen wie met het tweede beest bedoeld wordt. Zo ontdekte men dat de namen van Nero en Hitler de getalswaarde 666 hebben. En ja, beiden hebben het slechtste in de mens laten zien. Toch wordt met het beest niet gedoeld op deze tirannen, om meerdere redenen. De belangrijkste daarvan is dat zij aan het hoofd stonden van rijken waarvoor het eerste beest symbool staat.


Maar zou, afgezien daarvan, met het beest dat uit de aarde opkomt wel gedoeld worden op een individu, op één specifiek mens? Zou het hier niet veel meer gaan om dé mens, als homo sapiens, zoals die zich aan het einde van de wereldtijden zal laten kennen, los van God?

2 Tessalonicenzen 2:9 – De komst van de wetteloze mens is het werk van Satan​ en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen.

Bijna goddelijk

Eerst nog iets over het getal 666. In de Bijbel ziet het getal 7 dikwijls op een volmaaktheid of een kwalitatieve volheid [Leviticus 23:34; Jozua 6:4-5; 2 Koningen 5:10-14; Openbaring 8:2]. Zo rustte God op de zevende dag van Zijn scheppingswerk: de Sabbat, en heiligde Hij die dag [Genesis 2:3], zodat ook mens en dier hun rust zouden krijgen. Op eenzelfde manier heiligde God het zevende jaar, opdat ook het land zou kunnen rusten: het Sabbatsjaar [Leviticus 25:1-5]. En na zeven Sabbatsjaren heiligde God ook het vijftigste jaar: het Jubeljaar, zodat elke familie, elke generatie en elke stam van Israël rust zou krijgen, en alles weer zou terugkeren naar hoe Hij het bedoeld had.

Zes is bijna zeven, maar net niet. Het mist ‘de rust’, zou je kunnen zeggen. Het getal 6 staat in de Bijbel dan ook voor iets dat net niet volmaakt is. Het is niet voor niets dat God de mens schiep op de zesde dag. Hij maakte hem “bijna goddelijk” [Psalm 8:6, NBG], maar net niet.

Zonder God kent de mens dus geen rust, mist hij werkelijke shalom in zijn leven. Maar daar denkt de gevallen mens anders over. Vanaf de zondeval wil hij zijn eigen lot bepalen, is hij opstandig tegen God. Als Noach de ark uitgaat en voor de HEER een ​altaar​ bouwt en daarop ​brandoffers ​brengt, verzucht God dat alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, slecht is [Genesis 8:21]. Tot verdriet van de Schepper, die alles zo goed had gemaakt.


Volgens mij wordt met het beest daarom gedoeld op de bijna goddelijke mens, die meent zich te kunnen meten met de Ontzagwekkende. Evenzo staat het getal 666 voor de mens, die met zijn geest, ziel en lichaam zich inbeeldt dat hij de Allerhoogste kan trotseren.

We hoeven het getal van het beest echter niet te ‘berekenen’, zoals het Griekse woord ψηφίζω [psé-fi-tso] in de meeste vertalingen wordt weergegeven, want het getal is al bekend: 666. Dat is in het Grieks ook de getalswaarde van het woord ‘beest’. Hoewel ‘ontcijferen’, zoals de NBV het vertaalt, dichter in buurt komt van wat hier bedoeld wordt, zou ik de voorkeur geven aan ‘onderkennen’, want dat is waar het hier omgaat: het onderkennen van het getal van het beest. Door zijn getal te onderkennen, zijn we namelijk in staat om (de werken van) het beest te herkennen. En daarom waarschuwt Petrus ons ook op onze hoede te zijn.

1 Petrus 5:8 – Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.

Goddeloze manifestaties

Het beest is een aardse verschijning van Satan, net zoals ‘de wetteloze mens’, waar Paulus over spreekt [2 Tessalonicenzen 2:3-11], of ‘Gog’, waar Ezechiël over profeteert [Ezechiël 38], of ‘de antichrist’, waar Johannes op doelt [1 Johannes 2:18] of ‘de profeet’, waar we een aantal hoofdstukken verder over lezen [Openbaring 16:13, 19:20 en 20:10]. Het zijn stuk voor stuk goddeloze manifestaties van Satan, “de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn”, zoals Paulus hem noemt [Efeziërs 2:2; zie ook Johannes 16:11].

In zijn aanhoudende pogingen om Gods reddingsplan te saboteren, wist Satan, in verschillende gedaanten, steeds weer een bondgenootschap te sluiten met allerlei volken en leiders [Daniël 9:27]. Velen heeft hij in de loop van de geschiedenis weten te mobiliseren om Gods volk te verdelgen, zodat Israëls naam nooit meer zal worden genoemd [Psalm 83:4-5]. Zelfs de grootste vijanden verenigden zich in hun haat tegen de HEER, tegen Zijn Messias en tegen Zijn volk, en waren ze bereid hun ziel aan Satan te verkopen in zijn poging Gods uitverkorenen te vernietigen. En dat zou zijn gelukt, als de Vader zelf niet had ingegrepen in mei 1945 [Mattheüs 24:22].

Wolf in schaapskleren

Nu terug naar vers 11, waar we lezen dat het tweede beest uit de aarde opkomt, en niet, zoals het eerste beest, uit de zee. Het beest uit de aarde ziet er heel wat minder afschrikwekkend uit dan het beest uit de zee. Het lijkt namelijk op een lam. En dat is ook bewust Satans bedoeling, want zo kan dit beest zich gemakkelijk voordoen als “het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt” [Johannes 1:29]. Zo kan het de mensen moeiteloos misleiden.

Maar ondanks zijn schaapskleren is en blijft het tweede beest een roofzuchtige wolf [Mattheüs 7:15], die spreekt als de draak. Zijn hart is vol list en bedrog en uit zijn mond komt enkel onwaarheid; zijn tong is gespleten, zijn keel een open graf [Johannes 8:44, Genesis 3:1-5; Psalm 5:10]. Zo leert het de mensen dat Allah dezelfde is als de HEER, de God van Israël, en dat voor de HEER alle volken even belangrijk zijn, maar de Bijbel leert heel wat anders. Zo predikt het keuzevrijheid en zelfbeschikking voor iedereen, maar worden onder dezelfde noemer miljoenen kinderen vermoord in de buik van hun moeder. Om maar enkele voorbeelden te noemen.

Openbaring 13:12 – Voor de ogen van het eerste beest oefende het heel diens macht uit. Het dwong de aarde en alle mensen die erop leefden het eerste beest, dat van zijn dodelijke verwonding genezen was, te aanbidden.

Voor de ogen van het eerste beest oefent het tweede beest diens macht uit. Niet met fysiek geweld en onderdrukking, maar als “een engel des lichts” [2 Korintiërs 11:14]. En omdat de mensen hun duur bevochten welvaart, vrede en vrijheid danken aan de verdwenen generaties machthebbers, zijn ze bereid te geloven in de goede bedoelingen van de nieuwe generatie machthebbers en hen te gehoorzamen. Dat de verdwenen generaties machthebbers een oneindig spoor van onschuldig vergoten bloed achter zich hebben gelaten, lijkt niet of nauwelijks meer door te dringen tot de mensen. Ook niet in Europa, terwijl dat continent toch de bakermat is van de christelijke vervangingsleer, de inquisitie, de kruistochten, de pogroms en de Holocaust. Maar met de oprichting van de Europese Unie lijkt de dodelijke verwonding, die de Tweede Wereldoorlog het Avondland had toegebracht, te zijn genezen. En zo slaagt het tweede beest erin de macht van het eerste beest uit te oefenen en zijn verborgen agenda stapsgewijs te verwezenlijken.

Toen de nieuwe generatie machthebbers vlak na de Tweede Wereldoorlog opriepen zich te verenigen teneinde nieuwe oorlogen en conflicten te voorkomen, bleken vele volken verregaand bereid hun zelfstandigheid en onafhankelijkheid op te geven. Maar ze zagen niet dat ze daarmee de wetteloze mens in de kaart speelden.

Ook de christelijke kerken riepen op zich te verenigen in een Wereldraad van Kerken. Ze bleken zonder al te veel moeite bereid om Gods Woord nog slechts door een humanistische, mensenrechtenbril te lezen [Openbaring 3:14-18]. Maar ze zagen niet dat ze daarmee de rode loper voor de antichrist uitrolden.

Is het niet tekenend, dat de terugkeer van het Joodse volk naar het land van hun voorouders, en de oproep zich als volk in Israël te verenigen, gelijktijdig plaatsvond met de oproep aan de volken en aan de kerken om zich elk te verenigen? En is het niet opvallend dat uitgerekend de organisaties waarin de naties en de kerken zich ieder hebben verenigd, zich consequent zeer vijandig hebben opgesteld jegens de Joodse Staat?

Openbaring 13:13 – Het (beest) verrichtte indrukwekkende tekenen, het liet voor de ogen van de mensen zelfs vuur uit de hemel neerdalen op de aarde.

Voor de ogen van het eerste beest verricht het tweede beest indrukwekkende tekenen. Trots en ingenomen met zichzelf, laat het vuur uit de hemel neerdalen, zoals Elia [1 Koningen 18:24], waant het beest zich aan God gelijk.

De grenzeloos ambitieuze mens is tot zeer veel in staat, tot ongekende prestaties. In een etmaal vliegt hij de wereld rond, in realtime beleeft hij via zijn smartphone wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt, met enkele muisklikken beschikt hij over grote stromen informatie, middels DNA kan hij individuen identificeren, en met slechts één bom is hij in staat een hele stad weg te vagen.


Het beeld

Openbaring 13:14-15 – Het (beest) wist de mensen die op aarde leven te misleiden door de tekenen die het voor de ogen van het eerste beest kon verrichten. Het droeg hun op een beeld te maken voor het beest dat ondanks zijn steekwond toch leefde. Het kreeg de macht om dat beeld leven in te blazen, zodat het beeld van het beest ook kon spreken en ervoor kon zorgen dat iedereen die het beeld niet aanbad, gedood zou worden.

Het beest krijgt met zijn begoocheling en misleidende woorden de mensen zo ver dat ze een beeld gaan maken voor het eerste beest. En dat niet alleen, het tweede beest blaast ook nog eens leven in het beeld, zodat het kan spreken.

Nu wordt in al onze Bijbelvertalingen het Griekse woord εἰκών [ì-koon] vertaald met ‘beeld’. Dat is op zich niet onjuist, maar het kan ook vertaald worden met ‘representatie’. En wordt het dan niet veel duidelijker wat hier eigenlijk bedoeld wordt? Voor het beest wordt dus een vertegenwoordigend lichaam in het leven geroepen, dat namens het beest spreekt.

Doet je dat niet denken aan de Verenigde Naties [VN], de spreekbuis van de volken, in wier vergaderingen stelselmatig de Joodse Staat wordt gedemoniseerd en zijn bestaansrecht wordt betwist? Israël is de permanente zondebok in de assemblee der volken. Geen ander land heeft zoveel anti-resoluties om de oren gekregen als Israël. Ze propageert in haar Handvest “komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog”, maar ze ontzegt in haar vergaderingen het volk, dat daar het meeste onder heeft geleden, een veilig bestaan in zijn eigen land. Ze erkent in haar Handvest de “territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van een staat”, maar roept, onder valse voorwendselen, in elke samenkomst, de Joodse Staat op om grote gebieden te ontruimen en daarvan afstand te doen ten gunste van haar vijanden.


Maar God zal niet toelaten dat Israël, in wie Hij Zijn luister toont [Jesaja 49:3], door de VN de wet wordt voorgeschreven, wordt gekleineerd en bedreigd.

Jesaja 42:8 – Ik ben de HEER, dat is Mijn naam. Ik deel Mijn majesteit niet met een ander, noch de lof die Mij toekomt met een beeld.


De VN is een wolf in schaapskleren pur sang. Zodra het om Gods volk gaat, spreekt de vergadering der volken met gespleten tong. In hun hoogmoed verzetten de heidenvolken zich tegen God, tegen Zijn volk en tegen Zijn Messías en menen ze veilig te zijn voor Gods wraak. Is dat niet precies wat koning David drieduizend jaar geleden al voorzegde?


Psalm 2:1-3 – Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de HEER en Zijn ​gezalfde: ‘Wij moeten hun ​juk​ afwerpen, ons van hun boeien bevrijden.’

In Jesaja 26:21 lezen we dat aan het einde van de wereldtijden de HEER Zijn woning verlaat om de mensen op aarde voor hun ​wandaden​ te laten boeten. God is woedend vanwege het onschuldig bloed dat op aarde is vergoten. Het is in dat kader dat God Zijn volk dan oproept om zich af te zonderen, zich niet te verbinden met andere naties [Numeri 23:9].

Jesaja 26:20 – Trek je terug in je kamers, Mijn volk, en sluit de deur achter je. Nog een korte tijd, tot de woede bekoeld is.

Het is de hoogste tijd dat Israël deze raad serieus neemt en zijn VN-lidmaatschap opzegt, zodat het ontkomt aan de plagen die de verenigde volken zullen treffen [Openbaring 18:4].

Merkteken

Openbaring 13:16-17Verder liet het bij alle mensen, jong en oud, rijk en arm, ​slaaf​ en vrije, een merkteken zetten op hun rechterhand of op hun voorhoofd. Alleen mensen met dat teken – dat wil zeggen de naam van het beest of het getal van die naam – konden iets kopen of verkopen.

Iedereen, van jong tot oud, van arm tot rijk, zal worden verplicht om een merkteken te dragen op zijn rechterhand of op zijn voorhoofd. Mensen die dat weigeren wordt het onmogelijk gemaakt om nog iets te kopen of te verkopen.

Het Griekse woord χάραγμα [gar-ag-ma], dat meestal vertaald wordt met ‘merkteken’, werd in Johannes’ tijd ook gebruikt voor het brandmerken van slaven. Het brandmerk gaf aan wie de eigenaar was van de slaaf.

De link met het identificatienummer dat de nazi's – één van de horens van het eerste beest – de gevangenen in Auschwitz op hun linkerarm lieten tatoeëren, ligt voor de hand. Maar zover reikt de macht van het tweede beest niet. Hij heeft geen macht om het Joodse volk te gronde te richten, omdat het eerste beest die macht namelijk niet meer heeft, en het tweede beest slechts de macht van het eerste beest kan uitoefenen [Openbaring 13:12; Daniël 12:7].

De mensen die het merkteken van het beest dragen, zijn dus niet langer vrije mensen, maar slaven van het beest, en daarmee zijn ze zijn eigendom geworden.

Het merkteken is het tegenbeeld van het ​zegel​ dat God op het voorhoofd van Zijn volk zal laten aanbrengen [Openbaring 7:3-4]. Niet om daarmee aan te geven dat ze Zijn slaven zijn – integendeel – maar om te laten zien hoe kostbaar ze voor Hem zijn [Deuteronomium 14:2; Jesaja 43:1-4; Johannes 15:15].

Jeremia 32:41Ik zal er weer vreugde in vinden hen te zegenen en zal hen voorgoed in dit land planten. Met hart en ziel zal Ik dat doen.

Over het merkteken zelf is al veel gespeculeerd. Ik sluit niet uit dat het merkteken al in velerlei vormen bestaat, maar dat we ons dat achteraf pas zullen realiseren. Niet van de ene op de andere dag, maar gaandeweg zullen we ondervinden wat het betekent om het merkteken niet te dragen, om geen slaaf te zijn van het beest, geen meeloper van de wetteloze mens, geen discipel van de antichrist. Vooral in onze vrijheid en in onze portemonnee zullen we de consequenties daarvan voelen. Ondernemers die het merkteken weigeren, zullen het gaandeweg moeilijker krijgen en uiteindelijk genoodzaakt worden hun business te staken en hun kantoren en winkels te sluiten. Zij die het merkteken niet dragen, zullen geleidelijk aan niet meer hun inkopen kunnen doen en niet langer volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving.

Het merkteken zal stapsgewijs scheiding maken en onderscheid aanbrengen tussen de mainstream en zijn meelopers en degenen die ​ontzag​ hebben voor de HEER [Deuteronomium 6:13]. Elke nieuwe crisis – reëel of virtueel – zal dit proces versnellen. Hoe groter de impact ervan, des te volgzamer zijn de mensen en des te ingrijpender de maatregelen. En voor we het weten zijn we genoodzaakt een merkteken te dragen.

Openbaring 14:12 – Hier komt het aan op de standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods geboden en aan de trouw van Jeshua.

Toch zullen de mensen die het beest aanbidden en zijn merkteken dragen geen rust vinden, overdag niet en ’s nachts niet. Ze zullen bovendien getroffen worden door kwaadaardige en pijnlijke zweren [Openbaring 14:9-11, 16:2].

Alleen zij die het zegel van de levende God dragen en die door hun geloof deel hebben gekregen aan de belofte, wacht shalom [Micha 7:20; Handelingen 2:39]. Zij zullen wonen “in een oase van ​vrede, een veilige woonplaats, een oord van ongestoorde rust” [Jesaja 32:18] en het volgende spotlied aanheffen op het beest:

Jesaja 14:4:7 – Het is gedaan met die slavendrijver, gedaan met zijn dwingelandij. De HEER heeft de stok van de goddelozen gebroken, de ​scepter​ van de heersers, die de volken sloeg met woedende slagen, zonder eind, die hen belaagde met zijn toorn, zonder maat. Overal op aarde is rust en ​vrede, vrolijk gejubel weerklinkt.

Bas van Twist, mei 2020

1,723 keer bekeken3 reacties

© 2019 by Wachters.nu |  Voorwaarden  |   Privacyverklaring