HET BEEST EN ZIJN BEELD

Bijgewerkt op: feb 13



Profetieën zijn soms moeilijk te begrijpen. Niettemin is het van groot belang om ze voortdurend te bestuderen, zo leert Petrus [2 Petrus 1:19]. Dat lijkt de engel, die Johannes de openbaring over de eindtijd bekend maakt, ook te willen zeggen. Johannes moet die profetie namelijk niet geheim houden, want – zo zegt de engel – de tijd is nabij [Openbaring 22:10].


In deze Bijbelstudie wil ik stilstaan bij één van die profetieën die Johannes te horen en te zien krijgt: de openbaring over een beest dat uit de zee opkomt, over een tweede beest dat uit de aarde oprijst, wiens getal 666 is, en over een beeld dat tot leven wordt gewekt. We lezen daarover in Openbaring 13. Het is een hoofdstuk waar al veel over geschreven en gespeculeerd is en ook ik waag het hierover iets te schrijven, en dan met name over het tweede beest en zijn beeld, maar dan vanuit wachtersperspectief.


In het hoofdstuk hiervoor lezen we dat Satan – die wordt voorgesteld als een grote, vuurrode draak – met zijn engelen op de aarde wordt geworpen. Er is voor hen geen plaats meer in de hemel. Eenmaal op aarde, probeert Satan Gods volk – dat wordt voorgesteld als “een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd” – te vernietigen. Satan wil dat volk, uit wie de Messías is voortgekomen, en hen die “bij het getuigenis van ​Jeshua​ blijven” vernietigen [Openbaring 12:17]. Het hoofdstuk eindigt ermee dat Satan op het strand bij de zee gaat staan, wachtend op zijn handlanger. En daar begint het hoofdstuk dat we in deze studie willen bespreken.


Het beest uit de zee


Johannes ziet een beest oprijzen uit de zee. Het heeft zeven koppen en tien horens en op elke horen een kroon. Op de zeven koppen staan godslasterlijke namen. Het beest lijkt op een panter, maar heeft de poten van een beer en de muil van een leeuw. Van Satan krijgt het de heerschappij en het gezag overgedragen over alle landen en volken. Het beest lastert de Allerhoogste en voert strijdt tegen Zijn volk.


Vijf eeuwen vóór Johannes, kreeg Daniël een vergelijkbaar visioen [Daniël 7]. Toen rezen vier grote dieren op uit de zee, waarvan de eerste op een leeuw leek, de tweede op een beer en de derde op een panter. Het vierde dier, dat met geen enkel dier uit het dierenrijk was te vergelijken, was afschrikwekkend en verslond en vertrapte alles wat op zijn pad kwam. Het had ook tien horens op zijn kop. Daartussen kwam een nieuwe horen op, met ogen en een mond vol grootspraak en godslasteringen. Het kreeg de heerschappij over vele landen en volken en voerde strijd tegen Gods volk.


Daniël krijgt te horen dat die vier grote dieren duiden op vier mogendheden. Het zijn het Babylonische rijk, het rijk van de Meden en de Perzen, het Grieks-Macedonische rijk en het Romeinse rijk, met inbegrip van de rijken die daaruit zijn voortgekomen [zie Daniël, profeet en wachter].


Het beest dat Johannes uit de zee ziet opkomen, heeft alle kenmerken van de vier grote dieren die Daniël uit de zee ziet oprijzen. Het beest staat dan ook voor dezelfde wereldmachten als waar de vier dieren uit het visioen van Daniël voor staan.


In zijn visioen, ziet Daniël hoe het vierde dier wordt gedood omwille van die ene horen. De andere wereldrijken wordt wel hun macht ontnomen, maar zij krijgen nog enige tijd van leven [Daniël 7:11-12].


Met de macht die de wereldbeheersers wordt ontnomen, wordt niet zozeer gedoeld op de macht die ze hadden binnen hun imperium, maar op de macht die ze hadden over Gods volk, voor zolang God dat toestond, voor “één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd[Daniël 7:25]. Maar uit Daniël 12:7 weten we dat aan die tijd een einde is gekomen toen “de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld” kon worden. Feitelijk was dat op 7 mei 1945, toen nazi-Duitsland, het laatste rijk dat uit het vierde dier is voortgekomen, zich overgaf. Na drie jaar en zeven dagen werd de Joodse Staat geproclameerd, op 14 mei 1948, de dag waarover Jesaja mocht profeteren [Jesaja 66:7]. Het aan één van de koppen dodelijk verwonde beest uit de zee heeft sindsdien geen macht meer over het Joodse volk.


Het beest uit de aarde


Openbaring 13:11 – Toen zag ik een tweede beest, dat opkwam uit de aarde. Het had twee horens, net als een lam, en het sprak als een ​draak.


Om beter te begrijpen om wie het gaat bij het tweede beest, springen we naar het laatste vers van ons hoofdstuk.


Openbaring 13:18 – Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.


Vaak wordt het getal 666 geïnterpreteerd met behulp van een wiskundige benadering van letters, de zogenaamde gematria, die ook in de tijd van Johannes veel werd toegepast. Met gematria worden woorden omgezet in getallen en getallen in woorden, met de bedoeling verborgen verbanden tussen verschillende begrippen te ontdekken. In de Joodse mystiek, de kabbala, wordt gematria toegepast, maar ook in het moderne occultisme. Gematria wordt tevens gebruikt met het Griekse alfabet.


Velen hebben eindeloos de getalswaarde van allerlei namen zitten berekenen om er achter te komen wie met het tweede beest bedoeld wordt. Zo ontdekte men dat de namen van Nero en Hitler de getalswaarde 666 hebben. En ja, beiden hebben het slechtste in de mens laten zien. Toch wordt met het beest niet gedoeld op deze tirannen, om meerdere redenen. De belangrijkste daarvan is dat zij aan het hoofd stonden van rijken waarvoor het eerste beest symbool staat.


Maar zou, afgezien daarvan, met het beest dat uit de aarde opkomt wel gedoeld worden op een individu, op één specifiek mens? Zou het hier niet veel meer gaan om dé mens, als homo sapiens, zoals die zich aan het einde van de wereldtijden zal laten kennen, los van God?


2 Tessalonicenzen 2:9 – De komst van de wetteloze mens is het werk van Satan​ en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen.


Bijna goddelijk


Eerst nog iets over het getal 666. In de Bijbel ziet het getal 7 dikwijls op een volmaaktheid of een kwalitatieve volheid [Leviticus 23:34; Jozua 6:4-5; 2 Koningen 5:10-14; Openbaring 8:2]. Zo rustte God op de zevende dag van Zijn scheppingswerk: de Sabbat, en heiligde Hij die dag [Genesis 2:3], zodat ook mens en dier hun rust zouden krijgen. Op eenzelfde manier heiligde God het zevende jaar, opdat ook het land zou kunnen rusten: het Sabbatsjaar [Leviticus 25:1-5]. En na zeven Sabbatsjaren heiligde God ook het vijftigste jaar: het Jubeljaar, zodat elke familie, elke generatie en elke stam van Israël rust zou krijgen, en alles weer zou terugkeren naar hoe Hij het bedoeld had.


Zes is bijna zeven, maar net niet. Het mist ‘de rust’, zou je kunnen zeggen. Het getal 6 staat in de Bijbel dan ook voor iets dat net niet volmaakt is. Het is niet voor niets dat God de mens schiep op de zesde dag. Hij maakte hem “bijna goddelijk[Psalm 8:6, NBG], maar net niet.


Zonder God kent de mens dus geen rust, mist hij werkelijke shalom in zijn leven. Maar daar denkt de gevallen mens anders over. Vanaf de zondeval wil hij zijn eigen lot bepalen, is hij opstandig tegen God. Als Noach de ark uitgaat en voor de HEER een ​altaar​ bouwt en daarop ​brandoffers ​brengt, verzucht God dat alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, slecht is [Genesis 8:21]. Tot verdriet van de Schepper, die alles zo goed heeft gemaakt.


Volgens mij wordt met het beest daarom gedoeld op een fenomeen van de bijna goddelijke mens, die meent zich te kunnen meten met de Ontzagwekkende. Evenzo staat het getal 666 voor een openbaring van die mens, die met zijn geest, ziel en lichaam zich inbeeldt dat hij de Allerhoogste kan trotseren.


We hoeven het getal van het beest echter niet te ‘berekenen’, zoals het Griekse woord ψηφίζω [psé-fi-tso] in de meeste vertalingen wordt weergegeven, want het getal is al bekend: 666. Dat is in het Grieks ook de getalswaarde van het woord ‘beest’. Hoewel ‘ontcijferen’, zoals de NBV het vertaalt, dichter in buurt komt van wat hier bedoeld wordt, zou ik de voorkeur geven aan ‘onderkennen’, want dat is waar het hier omgaat: het onderkennen van het getal van het beest. Door zijn getal te onderkennen, zijn we namelijk in staat om (de werken van) het beest te herkennen. En daarom waarschuwt Petrus ons ook op onze hoede te zijn.


1 Petrus 5:8 – Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.


Goddeloze manifestaties


‘Het beest’ is een aardse verschijning van Satan, net zoals ‘de wetteloze mens’, waar Paulus over spreekt [2 Tessalonicenzen 2:3-11], of ‘Gog’, waar Ezechiël over profeteert [Ezechiël 38], of ‘de antichrist’, waar Johannes op doelt [1 Johannes 2:18] of ‘de profeet’, waar we een aantal hoofdstukken verder over lezen [Openbaring 16:13, 19:20 en 20:10]. Het zijn stuk voor stuk goddeloze manifestaties van Satan, “de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn”, zoals Paulus hem noemt [Efeziërs 2:2; zie ook Johannes 16:11].


In zijn aanhoudende pogingen om Gods reddingsplan te saboteren, wist Satan, in verschillende gedaanten, steeds weer een bondgenootschap te sluiten met allerlei volken en leiders [Daniël 9:27]. Velen heeft hij in de loop van de geschiedenis weten te mobiliseren om Gods volk te verdelgen, zodat Israëls naam nooit meer zal worden genoemd [Psalm 83:4-5]. Zelfs de grootste vijanden verenigden zich in hun haat tegen de HEER, tegen Zijn Messias en tegen Zijn volk, en waren ze bereid hun ziel aan Satan te verkopen in zijn poging Gods uitverkorenen te vernietigen. En dat zou zijn gelukt, als de Vader zelf niet had ingegrepen in mei 1945 [Mattheüs 24:22].


Wolf in schaapskleren


Nu terug naar vers 11, waar we lezen dat het tweede beest uit de aarde opkomt, en niet, zoals het eerste beest, uit de zee. Het beest uit de aarde ziet er heel wat minder afschrikwekkend uit dan het beest uit de zee. Het lijkt namelijk op een lam. En dat is ook bewust Satans bedoeling, want zo kan dit beest zich gemakkelijk voordoen als “het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt[Johannes 1:29]. Zo kan het de argeloze mens moeiteloos misleiden.


Maar ondanks zijn schaapskleren is en blijft het tweede beest een roofzuchtige wolf [Mattheüs 7:15], die spreekt als de draak. Zijn hart is vol list en bedrog en uit zijn mond komt enkel onwaarheid; zijn tong is gespleten, zijn keel een open graf [Johannes 8:44, Genesis 3:1-5; Psalm 5:10]. Zo leert het de mensen dat Allah dezelfde is als de HEER, de God van Israël, en dat voor de HEER alle volken even belangrijk zijn, maar de Bijbel leert heel wat anders. Zo predikt het keuzevrijheid en zelfbeschikking voor iedereen, maar worden onder dezelfde noemer miljoenen kinderen vermoord in de buik van hun moeder. Om maar enkele voorbeelden te noemen.


Openbaring 13:12 – Voor de ogen van het eerste beest oefende het heel diens macht uit. Het dwong de aarde en alle mensen die erop leefden het eerste beest, dat van zijn dodelijke verwonding genezen was, te aanbidden.


Voor de ogen van het eerste beest oefent het tweede beest diens macht uit. Niet met fysiek geweld en onderdrukking, maar als “een engel des lichts[2 Korintiërs 11:14]. En omdat de mensen hun duur bevochten welvaart, vrede en vrijheid danken aan de verdwenen generaties machthebbers, zijn ze bereid te geloven in de goede bedoelingen van de nieuwe generatie machthebbers en hen te gehoorzamen.


Dat de verdwenen generaties machthebbers een oneindig spoor van onschuldig vergoten bloed achter zich hebben gelaten, lijkt niet of nauwelijks meer door te dringen tot de mensen. Ook niet in Europa, terwijl dat continent toch de bakermat is van de christelijke vervangingsleer, de inquisitie, de kruistochten, de pogroms en de Holocaust. Maar met de oprichting van de Europese Unie lijkt de dodelijke verwonding, die de Tweede Wereldoorlog het Avondland had toegebracht, te zijn genezen.


En zo slaagt het tweede beest erin de macht van het eerste beest uit te oefenen en zijn verborgen agenda stapsgewijs te verwezenlijken.


Toen de nieuwe generatie machthebbers vlak na de Tweede Wereldoorlog opriepen zich te verenigen teneinde nieuwe oorlogen en conflicten te voorkomen, bleken vele volken verregaand bereid hun zelfstandigheid en onafhankelijkheid op te geven. Maar ze zagen niet dat ze daarmee de wetteloze mens in de kaart speelden.


Ook de christelijke kerken riepen op zich te verenigen in een Wereldraad van Kerken. Ze bleken zonder a