• Bas van Twist

GEEN TWEEDE KEER!

Bijgewerkt: mei 17



Hemelse opname?


Nogal wat evangelische christenen geloven dat er een moment zal aanbreken dat zij in de hemel zullen worden opgenomen. Gedurende hun opname in de hemel zal op aarde de antichrist zich openbaren als de vorst der duisternis en zal ervoor het Joodse volk een zeven jaar durende grote verdrukking aanbreken, waarbij twee derde deel van het Joodse volk zal worden uitgeroeid. Het derde deel dat de grote verdrukking overleeft zal zich uiteindelijk bekeren wanneer de Mensenzoon verschijnt om Zijn Duizendjarig Koninkrijk te stichten.


Deze opnametheorie – die je overigens in verschillende varianten tegenkomt – is opgekomen aan het begin van de negentiende eeuw en hangt aan elkaar van interpretaties van nogal eens uit hun verband gerukte Bijbelteksten. De aanhangers geloven dat ervoor de gemeente, als de bruid van Christus, een uitverkoren positie is weggelegd aan het einde van de tijd.


Er is veel mis aan deze theologische dwaling. Zo wordt er in de Bijbel nergens gesproken over een opname van de gemeente in de hemel, niet vóór, niet tijdens en niet na de grote verdrukking. Ook wordt de gemeente nergens in de Bijbel als de bruid van Christus voorgesteld. Daarentegen stelt God Zijn volk, Zijn land en Zijn stad wel voor als Zijn bruid (Jesaja 54:5, 62:4; Jeremia 2:2; Openbaring 21:9-10).


Daarnaast is het een gotspe om de zeventigste week uit het visioen van Daniël (Daniël 9) te betrekken op de periode dat de gemeente zogenaamd naar de hemel wordt geëvacueerd. Het gaat in dit visioen immers om een periode van zeventig weken – of beter gezegd: zeventig zeventallen – die expliciet ziet op Daniëls volk: Israël, en zijn heilige stad: Jeruzalem (Daniël 9:24).


Grote verdrukking


Maar waarover ik het hier vooral wil hebben, is het idee van de aanhangers van de opnametheorie, dat het Joodse volk na negentien eeuwen van verschrikkingen nogmaals in een grote verdrukking terecht zal komen en opnieuw twee derde deel van haar bevolking zal worden uitgeroeid. Deze gedachte getuigt niet alleen van een ernstig gebrek aan historisch besef, maar bovenal van een gemis aan vertrouwen in Gods beloften, want de Bijbel leert juist dat het Joodse volk geen tweede keer in de verdrukking komt.


Nahum 1:9 (NBV/HSV) – Wat denken ze tegen Hem te ondernemen? De HEER verijdelt hun plan, Juda wordt geen tweede keer verdrukt.


Als Jeshua de discipelen erop wijst dat ervoor het volk een tijd zal aanbreken van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot dan toe nooit is geweest en er ook nooit meer zal komen – de ‘grote verdrukking’ – dan is het duidelijk dat Hij het heeft over de periode die amper vier decennia later zou aanbreken (Mattheüs 24:21; Lucas 19:41-44).


Lucas 21:20-24 – Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is.


De ultieme straf die God bij monde van Mozes en de profeten het volk had voorgehouden als ze zich van Hem zouden afkeren en het verbond zouden verlaten (Deuteronomium 28:15-68; Zacharia 14:2), ging in vervulling, precies zoals Jeshua had voorzegd, toen de Romeinen in het jaar 70 het Joodse verzet meedogenloos neersloegen en Jeruzalem door brand verwoestten. Ook de Tempel lieten ze in vlammen opgaan, zodat er geen enkele steen op de andere bleef (Mattheüs 24:2). Naar schatting meer dan een miljoen Joden werd door de Romeinse soldaten afgeslacht. Een vergelijkbaar aantal werd krijgsgevangen genomen of als slaaf verkocht. Nog eens ruim een miljoen Joden vluchtte de grens over, waarmee de diaspora een feit werd.


Tot de bodem moest het volk de beker van Gods toorn leegdrinken (Jesaja 51:17), woest als Hij was op Zijn volk. Ze hadden niet naar Hem geluisterd, waren andere goden achterna gelopen en hadden zich nog erger misdragen dan de volken om hen heen. En daarom zou God hen zwaarder straffen dan Hij ooit met iemand had gedaan of zou doen (Ezechiël 5:7-9). Er zou voor het volk van Jacob een tijd van verdrukking aanbreken, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan (Daniël 12:1), een tijd van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld nooit eerder zijn geweest en er ook niet meer zullen komen (Mattheüs 24:21).


Twee derden


Dat twee derden van het Joodse volk tijdens een periode van grote verdrukking zouden worden uitgeroeid, daarover lezen we in Zacharia.


Zacharia 13:8 (NBG) – In het gehele land, luidt het woord des Heren, zullen twee derden uitgeroeid worden en de geest geven, maar een derde zal daarin overblijven.


Maar hoe is het in ‘s hemelsnaam mogelijk dat iemand niet ziet (of wil zien) dat deze profetie al helemaal in vervulling is gegaan? Zeker als je bedenkt dat het Hebreeuwse woord ארץ (èrets) zowel ‘land’ als ‘aarde’ betekent. Want uit meerdere historische bronnen weten we dat tijdens de Joodse Oorlog (66-70) ruim één derde van de Joodse bevolking in het land omkwam door het zwaard. En tijdens de Shoah werd nog eens ruim één derde van alle Joden in de wereld uitgeroeid. Dus tot tweemaal toe werd één derde van het Joodse volk vermoord. De eerste keer aan het begin van de tijd van enorme verschrikkingen en de tweede keer aan het einde daarvan.


Maar ook in de tussenliggende eeuwen werd het Joodse volk stelselmatig opgejaagd, vermoord, gemarteld en achtergesteld. Vooral in christelijk Europa vonden de meeste misdaden tegen het Joodse volk plaats, omdat de antisemitische kerkvaders meenden dat God Zijn volk had verworpen en daarvoor de kerk in de plaats had gesteld (Johannes 16:2). Deze satanische vervangingsdwaling stond aan de wieg van de kruistochten, de inquisitie en de pogroms, die miljoenen Joden het leven kostten. Geen ander continent heeft dan ook zoveel onschuldig Joods bloed aan zijn handen dan uitgerekend christelijk Europa.


Meen niet dat de Vader dit ongestraft zal laten. De Europese landen en volken die het Joodse volk de eeuwen door hebben gekweld, zullen nu uit de beker van Gods toorn moeten drinken (Jesaja 51:23; Jeremia 25:15-17). Want toen God opstond om zich over Sion te ontfermen, verliet Hij ook Zijn woning om de zelfgenoegzame volken te laten boeten voor hun misdaden tegen Zijn volk, om hun onschuldig vergoten bloed te wreken (Joël 4:21; Jesaja 26:21; Zacharia 1:15).


Ontroostbaar


Wij kunnen ons geen enkele voorstelling maken van de omvang en de aard van het lijden, het onrecht en het ongeluk dat het Joodse volk gedurende negentien eeuwen is overkomen. Maar de Vader wel, want Hij deelde in het lijden van Zijn volk. In al hun nood was ook Hijzelf in nood (Jesaja 63:9). Al die eeuwen van ellende en rampspoed was Hij erbij, terwijl het leek alsof de Vader niet meer met Zijn volk begaan was. Maar Hij was ontroostbaar al die eeuwen dat Zijn volk door de heidenen werd vertrapt, vermoord, gemarteld en opgejaagd.


Jeremia 8:23 – Ach, was Mijn hoofd maar een waterval, Mijn oog een bron van tranen: dag en nacht zou Ik huilen over de doden van Mijn volk.


Klaagliederen 2:11 – Mijn ogen zijn door tranen verteerd, Mijn ingewanden staan in brand, Mijn maag keert zich om – vanwege de wonden van Mijn volk, omdat kind en zuigeling versmachten op de pleinen van de stad.


Pas na negentien eeuwen nam God de beker van Zijn toorn uit hun hand, hoefde Israël er niet meer uit te drinken (Jesaja 51:22). Na de Shoah stond God op om Zich over Sion te ontfermen, was eindelijk haar tijd van genade gekomen (Psalm 102:14). Bijna twee millennia was het Joodse volk overgeleverd aan de wereldmachten, maar daaraan kwam een einde, toen God hun lot ten goede keerde (Amos 9:14; Sefanja 3:20; Ezechiël 39:29).


Voorgoed


Het oordeel voor Israël zit erop (Jesaja 30:18). En dat is niet totdat er weer een nieuwe grote verdrukking voor hen komt, maar voorgoed!


Wij zijn er getuigen van dat God weer welwillend naar Zijn volk omziet. In onze dagen brengt Hij hen immers weer terug naar hun eigen land, waaruit ze zo’n negentien eeuwen geleden zijn verdreven. In onze dagen bouwt Hij hen op om hen nooit meer af te breken, plant Hij hen terug om hen nooit meer uit te rukken. Met hart en ziel voert de Vader Zijn beloofde herstelplan uit (Jeremia 24:6, 32:37-41; Micha 2:12). Het zijn namelijk de voorbereidingen voor Zijn komende Koninkrijk. Dat Koninkrijk staat nu nog in de steigers. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk, want het beloofde Koninkrijk der Hemelen bevindt zich niet in de hemel, maar hier op aarde, met Jeruzalem als hoofdstad. En vanuit deze stad zal Jeshua, de Koning der Joden, regeren (Jesaja 9:5-6; Lucas 2:30-32).


Jesaja 9:6 – Groot is Zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal Hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten.


Zie het als een groot voorrecht dat je tot de laatste generatie behoort voor wie al die profetieën over het herstel van Israël zijn opgeschreven (Psalm 102:19).


Op de derde dag


De Vader verborg Zijn gezicht voor Zijn volk in laaiende toorn, één ogenblik lang, maar Hij beloofde Zich weer over Israël te ontfermen met eeuwigdurende liefde (Jesaja 54:8). Voor het volk leek dat goddelijke ogenblik een eeuwigheid, er leek geen einde aan die nacht te komen! Maar na tweeduizend jaar wendde de Vader Zich weer naar Zijn volk, zoals Hij hen had beloofd.


Hosea 6:2 – Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet Hij ons opstaan: in Zijn nabijheid zullen wij leven.


Voor God is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag (2 Petrus 3:8; Psalm 90:4). Na tweeduizend jaar, na twee goddelijke dagen, deed de Eeuwige Zijn volk opstaan uit de dood, zag de wereld het wonder gebeuren waar Ezechiël over profeteerde (Ezechiël 37:7-10). Uit de concentratiekampen, de schuilkelders, de uitgestorven gebieden van Rusland, kwam het Joodse volk, gewond, geestelijk beschadigd, van alles beroofd en door iedereen verlaten. Het ging weer op eigen benen staan en riep op 5 Ijar 5708 (14 mei 1948) de Joodse staat Israël uit in het land dat God hen had gegeven en Hij aan hun voorouders onder ede had beloofd (Jesaja 66:7; Ezechiël 37:25).


Onoverwinnelijk


In Daniël 7:25 lezen we dat de heiligen van de Allerhoogste voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd zullen zijn overgeleverd aan de machthebbers van deze wereld. God had een limiet gesteld aan de tijd dat Zijn land en volk door de heidenen vertrapt zou worden. Maar uit Daniël 12:7 weten we dat aan die tijd een einde is gekomen, namelijk toen de macht van het ​heilige​ volk niet langer verbrijzeld kon worden. Feitelijk was dat in mei 1945, toen nazi-Duitsland zich overgaf. Toen werd vervuld wat God Zijn volk had beloofd:


Jeremia 30:3 – Want de dag zal komen – zegt de HEER – dat Ik het lot van Mijn volk Israël en van Juda ten goede keer, dat Ik hen terugbreng naar het land dat Ik hun voorouders gegeven heb en dat zij het in bezit zullen nemen – spreekt de HEER.


En precies drie jaar later, in mei 1948, werd de Staat Israël geproclameerd. In één dag werd een land gebaard, in één keer werd een natie geboren (Jesaja 66:7). Zoals God na drie dagen de fundamenten van Zijn scheppingswerk legde, de aarde uit de diepte verrees, zo legde Hij na drie jaren de fundamenten, waarop Zijn Koninkrijk zal verrijzen!


Het was het signaal aan de wereld dat vanaf nu God Zelf weer over Zijn volk ging waken (Daniël 12:7; Zacharia 9:8). En dat bleek onder meer toen God Zijn volk de overwinning gaf tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog (1948-1949), de Zesdaagse Oorlog (1967), de Jom Kippoeroorlog (1973) en alle andere conflicten nadien. Dankzij Gods sterke hand en opgeheven arm werd de Arabisch-islamitische vijand verslagen, zoals God beloofd had.


Zacharia 10:6 (NBV/EV) – Ik zal het volk van Juda onoverwinnelijk maken en de nakomelingen van Jozef laten zegevieren. Ik ben vol zorg voor hen en zal hen veilig thuisbrengen. Dan zal het weer zijn als voorheen, alsof Ik hen nooit verlaten had, want Ik ben de HEER, hun God, en Ik zal hun gebeden verhoren.


Sinds 6 juni 1967 is ook Jeruzalem weer helemaal in Joodse handen. Dat betekent dat de tijd van de heidenen voorbij is (Lucas 21:24). Niet langer zijn het bezetters die daar de scepter zwaaien, maar is het Gods volk. Dat wil overigens niet zeggen dat alles nu ook peis en vree is in het Jeruzalem. Helaas is het zover nog niet. Dat zal pas gebeuren als de Messias terugkomt.


Dat de steden zijn herbouwd en weer worden bewoond, dat het land bloeit als een lelie, wortelt als een ceder op de Libanon, dat er weer wijngaarden worden geplant en tuinen worden aangelegd, en dat de Joden vanuit de landen waarheen ze waren verstrooid massaal terugkeren naar hun eigen land, bewijst dat God is opgestaan om Zich over Sion te ontfermen, dat Hij een keer heeft gebracht in het lot van Zijn volk, dat Hij Zijn gelaat niet langer meer voor hen verbergt.


Dreiging


Betekent dat ook dat Israël vanaf nu ongestoord mag wonen in het door God aan hen beloofde land, zonder opgeschrikt te worden? Nee, helaas niet, want nog altijd worden lafhartige aanslagen gepleegd op Joodse mannen, vrouwen en kinderen, en horen we dreigende oorlogstaal uit de mond van islamitische leiders, die oproepen Jeruzalem te bevrijden van de ‘zionistische bezetters’. Maar ook dát heeft God eeuwen geleden bij monde van Zijn profeten al voorzegd.


Zacharia 12:2 (HSV) – Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom.


Uiteindelijk zal de haat van de wereld tegen Gods oogappel ertoe leiden dat de volken verenigd zullen optrekken met het oogmerk Jeruzalem opnieuw in te nemen en het Joodse volk nogmaals uit hun land te verdrijven (Ezechiël 38:14-16; Joël 4:1-3). Maar dit keer zal het anders lopen dan alle andere keren, omdat God Zelf zal ingrijpen, zoals Hij beloofd heeft dat Hij zal doen op die dag (Joël 4:14).


Reken maar dat er in die dagen grote angst zal zijn onder het volk, wanneer ze die enorme legermacht zien liggen rondom de stad. Maar ik geloof dat er in die dagen een Jachaziël zal opstaan, net als in de dagen van koning Josafat, die het volk moed zal inspreken.


2 Kronieken 20:17 Jullie hoeven in deze strijd geen slag te leveren. Wacht rustig af, dan zullen jullie zien hoe de HEER, die jullie, Juda en Jeruzalem, bijstaat, voor jullie de overwinning behaalt. Jullie hoeven nergens bang voor te zijn.


Geen tweede keer!


Dat Israël nóg een keer in ballingschap wordt verdreven of nogmaals in een grote verdrukking terecht zal komen – terwijl de christelijke gemeente in de hemel is opgenomen –, is een dwaling, waartegen Paulus ons ernstig zou waarschuwen (Kolossenzen 2:8). De grote verdrukking voor het Joodse volk ligt achter ons. Negentien eeuwen lang beleefde het Joodse volk de hel op aarde met de verschrikkingen van de Holocaust als ultieme poging van Satan om Gods heilsplan te dwarsbomen. Het was een nacht waar geen einde aan leek te komen. Maar in mei 1945 greep God in omwille van Zijn uitverkorenen (Mattheüs 24:22). En precies drie jaar na die inktzwarte periode werd dat wonder vervuld, waarover de profeten al spraken.


Amos 9:14-15 – Ik zal het lot van Mijn volk Israël ten goede keren. Zij zullen hun verwoeste steden herbouwen en erin wonen, ze zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, ze zullen tuinen aanleggen en de vruchten ervan eten. Ik zal hen terugplanten in hun grond, en zij zullen niet meer worden weggerukt uit het land dat Ik hun heb gegeven – zegt de , jullie God.


Wat de Vader heeft beloofd, dat zal Hij doen (Ezechiël 36:36)! Daar hoeven we nooit aan twijfelen. En daarom geven we de Vader ook geen rust totdat Hij Jeruzalem gesteld heeft tot een lof op aarde voor alle volken (Jesaja 62:7).


Weblog van Bas van Twist (Laatste bewerking: 19 januari 2020 – deze weblog is eerder verschenen op wachters.nu in haar oude vorm)

847 keer bekeken

© 2019 by Wachters.nu |  Voorwaarden  |   Privacyverklaring